TOMAAT/LYCOFEEN/VITAMINE A .

U en ik leven in een tijd die niet bijster schoon en gezond is.

Luchtvervuiling, voedselvervuiling, roken, kortom allemaal ongezonde invloeden. Nu kun je wel hopen dat de politiek daar iets aan zal doen, maar dat is vergeefse hoop. Alles op aarde ontwikkelt zich nu eenmaal zoals het zich voordoet en daar kunnen u en ik weinig aan veranderen. Dat wat op aarde gebeurt en vorm krijgt is absoluut afhankelijk van gigantisch grote economische belangen en daar helpt de stem van de enkeling, die het allemaal wat natuurlijker, wat gezonder, wat zinvoller wil, echt niet. Als je dat feit eenmaal wilt accepteren, moet je leren kijken naar het maximaal haalbare op kleinschalig niveau. Met een mooi woord noem je dat een "pragmatische instelling". Pragmatisch denken wil dus zeggen, dat je je niet op ideale situaties richt, maar op het practisch haalbare, het practisch zinvolle binnen de gegeven omstandigheden.

Heel pragmatisch ga ik iets vertellen over de tomaat! De klassieke tomaat blijkt een zeer gezonde vrucht te zijn. Engelse biologen en biochemici van de universiteit in Staffordshire, evenals onderzoekers van de Humboldt universiteit in Berlijn hebben, na langdurig onderzoek, aangetoond dat de tomaat een kleurstof bevat, nameljk LYCOFEEN, die de menselijke cellen beschermt tegen de nadelige invloeden van stikstofdioxiden.

Stikstofdioxiden krijgen we tegenwoordig overdadig binnen door het roken van sigaretten en sigaren, alsook ten gevolge van de uitlaatgassen van het gemotoriseerde verkeer.

Als u in een file staat of op een zeer drukke snelweg rijdt, komen die uitlaat-gassen, waarin zich veel stikstofdioxide bevindt, uw longen binnen.

De kwalijke invloed van stikstofdioxiden uit zich o.a. in beschadiging van de long- en bronchiënslijmvliezen. Chronische slijmvorming met een lichte vorm van ontsteking kan het gevolg zijn.

Op den duur raakt niet alleen het slijmvlies ernstig beschadigd, maar ook het onder dat slijmvlies aanwezig epitheelweefsel, dan ontstaat het risico op long-en bronchiekanker.

Leve de tomaat! Want, wat is gebleken?

De tomaat bevat dus die kleurstof lycofeen. Lycofeen is een lid van de plantenkleurstoffen die bekend staan als de zogenaamde carotenen.

We treffen die caroteen-kleurstof ook aan in wortels, in winterpeen.

Wat is nu gebleken ?

Die carotenen, dus die planten-kleurstoffen, worden in de darm omgezet in vita-mine A. En van vitamine A is al jaren bekend dat het ernstige schade aan slijmvliezen en epitheelweefsel helpt voorkomen.

Nog even terug naar het pragmatisch denken:

Die auto's krijgen we niet meer weg van de weg. Stikstofdioxiden-uitstoten van de chemische industrie kunnen we niet meer voorkomen, daarvoor zijn de economische belangen groter geworden dan het belang van een natuurlijk leefmilieu.

U en ik zullen dus toch dagelijks wat meer worteltjes en tomaten moeten eten.

Want als we wat meer worteltjes en tomaten eten, iets meer dan we normaal zouden doen, krijgen we ook wat meer beta-carotenen binnen en dat helpt ons ter bescherming van onze slijmvliezen en ons epitheelweefel. Zo zie je maar hoe, in een triest vervuilde wereld, er toch steeds mogelijkheden aanwezig zijn om ons lichaam te beschermen, tenminste als we er moeite voor willen doen en niet mee gaan lopen in een vaart van op "EET-GEMAKZUCHT GERICHTE MENSEN".

En daarom kan ons recept voor deze keer niet anders zijn, dan een echte onver-

valste zelf gemaakte tomatensoep, van echte tomaten!

Trek bouillon en voeg één kilo tomaten toe. Vijftien minuten laten trekken.

Zeven met de fijne zeef. Voeg de tomatenpuree bij de bouillon.

Snijdt wat selderieblad en maggiplantblad fijn en voeg dat als laatste toe aan

de soep. Voor wie er van houdt: eventueel binden met wat maizena. Een fantastisch heerlijke, maar ook gezonde soep. Hier in ons huis wordt twee keer per week vier liter soep gemaakt, en iedereen smult ervan, uit school komend, of als het werk gedaan is. Werkelijk, als u heel pragmatisch durft op uzelf te letten, dan kan er veel, ondanks het onmogelijk schijnende.

Jaap Huibers

Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 22e jaargang nr. 127, 1997.


,