WAT IS PENDELEN?

Onlangs een paniekbericht in de krant: een stel middelbare scholieren over hun toeren, omdat ze hadden gependeld. Het waren maar een paar regels, maar toch zetten ze iemand aan het denken. Is pendelen inderdaad een riskante bezigheid, waar je geestelijke averij bij kunt opdoen? Of is het een onschuldig tijdverdrijf? Zoals altijd is het eenvoudigste antwoord meestal niet het juiste. Zo'n vraag is te ingewikkeld om met een simpel 'ja' of 'nee' te worden beantwoord. Waarbij ik met ingewikkeld niet bedoel dat een normaal mens er geen kijk op kan krijgen, maar wel dat een vraag soms gesplitst moet worden in een aantal voorafgaande vragen. Dat is geen haarkloverij, maar gewoon een gegeven waar elke computerprogrammeur mee werkt.

Probeert u het zelf eens met de vraag of u een voet zou willen missen. Zeg niet al te snel 'nee', want stel dat uw leven afhing van het al of niet weghalen van die voet. Bij gangreen (=weefselversterf door afbinden van een lidmaat, bevriezing, verbranding, suikerziekte en dergelijke) kan die noodzaak voorkomen, maar ook bij kanker die op het punt staat uit te zaaien of een volledig verbrijzelde voet. De vraag moet dus al meteen worden gesplitst in: zou u die voet willen missen, als er een grondige medische reden voor is en zou u datzelfde willen, als er geen geneeskundige oorzaak voor is. Logisch, zult u zeggen, maar houdt iedereen zich wel aan de logica bij het stellen van dit soort vragen?

Wat is pendelen?

Om een antwoord te geven op de vraag of pendelen kwaad kan, moeten we eerst uitzoeken wàt we er eigenlijk mee bedoelen. Als u een pendel in de winkel koopt - en heus, er zijn zaken waar u ze in allerlei uitvoeringen kunt krijgen - krijgt u meestal een kort kettinkje met een gewichtje eraan. Dat is gewoonlijk van koper; soms wordt er een kristal voor gebruikt. De vorm is doorgaans bol aan de kant waar het kettinkje is bevestigd en spits aan de andere zijde. Om het kettinkje aan het uiteinde zó vast te kunnen houden dat het gewichtje vrij kan bewegen, zit er vaak een klein, metalen bolletje aan.

Men pakt dat uiteinde tussen duim en wijsvinger en laat de elleboog op de tafel steunen. Hand en pols maken een soort zwanehals, alle spieren zijn ontspannen. De kunst is om hand en vingers volledig stil te houden.

Nu gaat u de pendel een vraag stellen. Vantevoren spreekt u de bewegingen af die mogelijk zijn. Een gebruikelijke methode is: bij 'ja' zwaait de pendel naar u toe en van u af; bij 'nee' zwaait hij evenwijdig aan uw lichaam heen en weer en bij 'dat weet ik niet' beschrijft hij een cirkel. Dat is de enige basiskennis die u nodig hebt om met succes een pendel te hanteren. Nogmaals, u houdt uw hand en vingers volkomen stil en stelt een vraag. Als u geconcentreerd naar de pendel blijft kijken, ziet u tot uw verbazing dat hij op een gegeven ogenblik vanzelf begint te bewegen.

Het antwoord uit de diepte

U ziet het: pendelen is niet moeilijk en daarom deed dat groepje jongeren het misschien ook met zoveel overgave. Vooral omdat een pendel gemakkelijk te maken is. Zo'n gewichtje aan een kettinkje staat wel chic, maar u kunt het ook doen met een ring aan een draadje garen. Het feit dat men heel bewust zijn hand en vingers stilhoudt, terwijl de pendel toch beweegt, is natuurlijk fascinerend. Er lijken wezens uit een andere wereld aan te pas te komen en daar zit 'm het beklemmende element voor velen. Alleen vraagt de nuchtere figuur zich natuurlijk meteen af of iemand zijn hand wel ècht stilhoudt. Bewust wèl, anders heeft het pendelen helemaal geen zin. Dan kun je net zo goed ja knikken, nee schudden of je schouders ophalen. Het wezen van het pendelen is dat alles onbewust gebeurt. Als u het in een laboratorium zou doen, werden er wel degelijk piepkleine, onmerkbare beweginkjes geconstateerd.

Waarom doet u dat?

Op veel vragen weet u in feite wel het antwoord, maar uw opvoeding, fatsoen, geloof, vriendschap of wat voor -vaak heel positieve- oorzaak staat het juiste antwoord in de weg. 'Moet ik met mijn vriend in zee gaan bij een bepaalde zakelijke transactie?' U bent erg op die vriend gesteld, maar diep, heel diep in uw binnenste weet u dat hij op commercieel gebied eerder gehaaid dan betrouwbaar is. Maar uw vriendschap verhindert dat in te zien. De pendel brengt aan het licht wat er op de bodem van uw ziel ligt. Als u openstaat voor de beweging van de pendel en niet koste wat wil een bepaald antwoord eist, zal bij de zoëven gestelde vraag het antwoord 'nee' luiden.

Boven- of buitennatuurlijk?

Mensen zijn al gauw geneigd dingen als boven- of buitennatuurlijk te beschouwen. Waarschijnlijk is dat -vreemd genoeg overigens- een gevolg van de moderne beschaving, die zoveel eigenschappen, die de natuur ons meegeeft, radicaal weet uit te wissen. Ik herinner me uit mijn jeugd een vulkanische uitbarsting op Java. Op de helling van de krater lag een nederzetting en de mensen gingen hals over kop op de vlucht. Hun huisdieren vertikten het hen te volgen en lieten de dunne, witgloeiende stroom lava op zich afkomen. Wat gebeurde er: vlak voor de nederzetting splitste de stroom zich in tweeën en vloeide links en rechts eromheen. Alle dieren bleven in leven. De vluchtende mensen werden achterhaald door de as en de rook, raaken buiten kennis en kwamen in de lava om.

Hoe wisten die dieren nu dat ze veilig zaten? Beredeneerden ze dat de onderneming centimeters hoger lag dan de bedding van de lavastroom? Of voelden ze dat gewoon aan? Een instinct, een intuïtief inzicht? Hoe het zij, wat de beesten bleken te bezitten ontbrak klaarblijkelijk bij de mensen. Niemand die de karbouwen, paarden, kippen en andere beesten bovennatuurlijk noemde. Zelfs niet buitennatuurlijk, want het lag gewoon in de mogelijkheden van hun natuur. Ze voelden aan waar ze veilig waren en misschien hadden de mensen het ook wel aangevoeld, als hun verstand hen niet in de weg had gezeten. Dat zei: 'Wegwezen, dit wordt levensgevaarlijk'. Hun verstand schetste de risico's van het blijven, stippelde een weg uit naar de 'veiligheid' en rekende uit dat ze het konden overleven. Toch was het inzicht van een koe of paard veel meer in evenwicht met de natuur en daarom veiliger.

Een mens heeft die inzichten ook en de kunst is ze naar boven te halen. Je houdt een bepaald flesje geneesmiddelen in je hand en denkt: 'zou dit medicijn voor mijn problemen zijn?' Je kunt het natuurlijk beredeneren, maar ook blijf je vaak met twee of drie mogelijkheden zitten. Vooral met homeopathische geneesmiddelen kan dat nog wel eens gebeuren. Hoe los je dat op, als je ze niet alle drie door elkaar wilt gooien en het mengsel als complexmiddel innemen? De pendel wijst de weg. Neem één flesje ter hand. Van het middel dat erin zit gaat een bepaald signaal uit. De bedoeling bij het innemen is dat de ziekte reageert op dat signaal door te verdwijnen. Wie met zo'n flesje in de hand een pendel ondervraagt is heel natuurlijk bezig. Het lichaam vangt het signaal van het medicament op en vergelijkt het met de signalen van de kwaal. Stemmen ze overéén, dan geeft de pendel het antwoord 'ja'. Anders is het 'nee'. Het is niet boven- of buitennatuurlijker dan de ouderwetse weegschaal die een gewichtje van een ons en een zak drop tegen elkaar afwoog.

Boze krachten achter de pendel?

Natuurlijk gaan er achter een pendel niet meer boze krachten schuil dan achter een koekepan of een aardappelschilmesje. Wat niet wil zeggen dat ik niet iemand met een koekepan op zijn hoofd kan slaan, of hem een haal met het mesje geven. Maar dan zit het kwaad niet in de dingen, maar in mijzelf. Ik ben dan als het kind dat zijn hoofdje stoot en vervolgens de tafel waartegen dat gebeurde klappen geeft: 'stoute tafel'. Troostend voor een kind dat overigens best weet wie de schuldige is. Belastend voor de volwassene die dat niet (meer) weet.

Een pendel is een onschuldig instrument, dat toegang kan geven tot de diepere lagen van de psyche. De vraag waarmee begonnen is blijft ook hier bestaan. Is dit iets positiefs? Het antwoord is alweer onmogelijk als we niet wat nuances willen aanbrengen. Wie bij elke kleinigheid zijn pendel voor de dag haalt is natuurlijk verkeerd bezig. Net als de therapeut (écht gebeurd!) die maar twee medicijnen kende: aspirine en tijgerbalsem. Er zijn meer mogelijkheden om tot de oplossing van allerhande vragen te komen en pas als de gebruikelijke wegen het laten afweten kunnen we de pendel trekken. Het risico bestaat anders dat we er afhankelijk van worden. Als we het werken met de pendel beperken tot vragen waar we met al ons prakkezeren niet uitkomen, geldt nog altijd dat het antwoord in onszelf moet liggen. Het winnende nummer van de Staatsloterij zullen we er nooit mee achterhalen. Daar spelen andere zaken mee dan alleen maar de afgrond van de psyche. Bovendien moet het een èchte vraag zijn. Veel mensen vragen iets alleen maar om hun eigen mening van een paar extra tentharingen te voorzien; dan staat ie steviger. Degene die een antwoord geeft is wijs als hij hun naar de mond praat en anders is hij een sukkel. Als we de pendel om een antwoord vragen, dat we zelf allang hebben gegeven, dan wordt dat alleen maar bevestigd.

Tenzij we diep in ons binnenste wel beter weten. Dan kunnen we wel eens gek staan te kijken, maar ik zou het er liever niet op aan laten komen.

De jongelui die met de pendel speelden vroegen naar het tijdstip van hun dood. Dat is een verboden vraag bij elke voorspelling van de toekomst. Over het stervensuur hoort een sluier te liggen. Alleen om heel bijzondere redenen blaast de natuur die nevel weg en laat de naakte waarheid zien. Maar als je jong bent en in theorie het hele leven voor je hebt, is die vraag taboe. Bij schending ervan is de kans groot dat de pendel een diep geworteldde vrees ('ik ga binnenkort dood aan een verschrikkelijke ziekte') blootlegt. De nabije dood ligt dan wel in het onderbewustzijn, niet als een op handen zijnde werkelijkheid, maar als een vrees. Geen wonder dat een jongmens van zijn stuk raakt als de dood zich als een nabije toekomstbeloft aandient.

Of er in al deze gevallen sprake is van boze geesten, kunnen we onomwonden met 'nee' beantwoorden. Zo er kwade krachten aan het werk zijn, gaan ze van onszelf uit en zouden ze zich langs andere wegen toch wel hebben laten voelen. Maar toegegeven: je moet ze nooit oproepen.

Dus toch pendelen?

Alweer die vraag die we eerst in een aantal andere vragen moeten opsplitsen voordat het goede antwoord mogelijk is. Als u denkt dat er boze geesten achter schuil gaan begin er dan niet aan. Niet omdat het inderdaad zo zou zijn, maar omdat we onwillekeurig oproepen waar we bang voor zijn. De pendel geeft alleen maar uw eigen innerlijke wereld weer. Denkt u dat een boze geest zich meldt dan zal de pendel dat bevestigen. Als ik zou vragen of de pendel alleen mijn eigen -zij het vaak onbewuste- mening brengt, dan is het antwoord 'ja'. Het heeft als bewijs van mijn stelling dus geen enkele zin deze vraag door een pendel te laten bevestigen. Tenzij ik het alleen maar met de mond beweer maar er in feite niet in geloof. Want dan zou ik lelijk worden ontmaskerd.

Pendelen in de alternatieve geneeskunde

In de alternatieve geneeskunde wordt veel aan zelfmedicatie gedaan. Vooral met homeopatische middelen loopt men niet veel risico, omdat het signaal van een middel aanslaat of niet. Blijkt dat niet zo, dan is het alsof men belt naar een nummer waar de hoorn niet wordt opgenomen. Omdat de verschijnselen die een bepaalde stof verwekt gelijksoortig moeten zijn aan het beeld van de kwaal, weifelt men nog wel eens tussen twee of meer middelen. Aarzel in zo'n geval niet om te pendelen. U zult vaak verbaasd staan van de resultaten. En het gaat om alledaagse dingen: laat uw pendel in zijn étui.

Het gezonde menselijk verstand is niet te vervangen door een kettinkje met een gewichtje.

Ilse Dorren

Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 21e jaargang nr. 126, 1996.