
Dokter Moerman
Kwakzalver van de eeuw?
Volgens de Vereniging
tegen de Kwakzalverij was dokter Cornelis Moerman de grootste kwakzalver van de
afgelopen eeuw. "Met zijn Moermandieet misleidde hij talloze
kankerpatiënten en gaf hij hen valse hoop' (Trouw van 16 oktober.)
Behalve flauw (na-aperij van 'de slechtste architect van het jaar', en 'het
onnozelste onderzoek van het jaar' ) is de toekenning van deze titel ook laf: de
inmiddels overledene kan zich er niet meer tegen verdedigen, evenmin als zijn
lotgenoten die op de tweede en derde plaats eindigden: dr. Samuels en Johan
Borgman. Dokter Houtsmuller stond ook op de kandidatenlijst, maar die kan zich
gelukkig nog wél verdedigen, en deed dat inmiddels met succes. Het Gerechtshof
in Amsterdam stelde hem onlangs in het gelijk (Trouw van 20 oktober): het is de
Vereniging tegen de Kwakzalverij verboden dokter Houtsmuller nog langer voor
kwakzalver of leugenaar uit te maken, op straffe van een boete
van ƒ 10.000,= per
keer. Volgens het Gerechtshof heeft de heer Renckens, voorzitter van genoemde
vereniging, te lichtvaardig de woorden kwakzalver en leugenaar in de mond
genomen, en heeft hij onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan om deze
bewoordingen te kiezen.
Wat en wie was dokter
Moerman dan wel?
In 1988 schreef ik over dokter Moerman en de strijd die hij voerde een artikel
in het (Nederlands) Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde onder de titel:
'Dokter Cornelis Moerman - verguisd en vereerd'. (*1)
Daarin beschreef ik onder andere de wijze waarop Moerman zijn speciale
kankertherapie ontwikkelde, enkele verschillen tussen de reguliere en
alternatieve visies op kanker, de Moermantherapie als zodanig, de resultaten van
zijn behandeling, alsook de controversie die rond dokter Moerman ontstond en de
verkettering die hem uiteindelijk ten deel viel van de zijde van de reguliere
artsenstand. Uit een en ander blijkt duidelijk dat niemand vanuit het reguliere
kamp ooit de moeite heeft genomen op eerlijke en onbevangen wijze de opvattingen
en resultaten van Moerman te evalueren, ook niet de auteurs van het zogenoemde
officiële Delpratrapport. (*2). De eerlijkheid gebiedt overigens te
zeggen dat wie beweert 'de oplossing voor het kankervraagstuk' te hebben
gevonden, toch wel een beetje zelf vraagt om moeilijkheden. Bij zijn overlijden
stelde ik desondanks: "Wat resteert is een gevoel van schaamte: hoe kon een
zichzelf respecterende medische stand zo omgaan met een van haar (dissidente)
leden?"
Men moet hierbij bedenken dat Moerman zich baseerde op een systemische benadering van kanker. Dat wil zeggen. Dat wil zeggen: hij ging ervan uit dat in een lichaam dat langdurig overbelast wordt met allerlei chemicaliën of andere schadelijke prikkelingen, en dat tegelijkkertijd onvolwaardig voedsel tot zich neemt, het terrein rijp is gemaakt voor het ontstaan van kanker. In therapeutische zin heeft hij getracht dit proces te keren door juist extra voedingsmiddelen en supplementen aan de kankerpatiënt toe te dienen. In de praktijken van Moermanartsen, of ruimer gesteld artsen voor niet-toxische tumortherapie, zijn verrassende resultaten gezien met deze benadering. Wereldwijd lijkt ook steeds meer erkenning te komen voor het belang van een ondersteuning van de eigen afweerprocessen bij de kankerpatiënt. Enige waardering voor de baanbrekende gedachten van dokter Moerman zou dus langzamerhand wel op zijn plaats zijn. Te meer daar ook in de reguliere geneeskunde 'de oplossing van het kankervraagstuk' nog niet werd gevonden en dat dit de eeuw zou moeten zijn waarin oude controversen in wetenschappelijke en praktische zin worden overwonnen.
(*1) Nederlands Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde 5(1988) pag. 139-145
(*2) C.W. Aakster, J.A.
Wiese, M. van Kampen-Donker, O.G. Meijer en G. Becht:
'Hoe een kankertherapie geen kans kreeg'.
Intermediair 15(1979) pag. 25-33
Dr C.W. Aakster, medisch socioloog onderzoeker/adviseur
gezondheid- en welzijnszorg,
Sambrestraat 34, 9406 PC Assen. Telefoon: 0592 398488
Fax: 0592 398901 E-mail: cor.aakster@geneeswijzen.net
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 26 jaargang, Nr. 151, bladzijde 15