Levertraan / Haaienleverolie

Wij zitten weer in de wintertijd. In vroeger tijd was dat het moment, dat de levertraan uit de kast gehaald werd. Als ik terugdenk aan die lepel levertraan voor het slapen gaan, lopen 45 jaar later de rillingen weer over mijn rug. Vreselijk, die smaak die je nooit meer zult vergeten. Maar ... zo kunnen we ons afvragen, zat er dan ook niet iets positiefs aan die levertraan? 

Welzeker. Heel veel van die oude gebruiken en huismiddeltjes waren beslist zinvol. Levertraan bevatte veel vitamine D. Normaal maakt een mens voldoende vitamine D aan in de huid onder invloed van licht. In het donkere deel van het jaar, zeg maar de periode dat de R in de maand zit, is er minder zonlicht, dus ook minder ultraviolet licht.  

Vroeger moesten vooral kinderen dat bezuren. Het tekort aan vitamine D, wat het gevolg was van te weinig licht, leidde niet zelden tot de beruchte Engelse ziekte, rachitis. Vitamine D is nodig voor botvorming, voor het verharden van het beenderstelsel. Als Engelse ziekte optrad, vervormden met name de botten van de benen, omdat ze te week gebleven waren. Zo ontstonden de beruchte O-benen. Na de oorlog werd het toevoegen van vitamine A en D aan margarine verplicht. Door deze maatregel verdween de Engelse ziekte uit onze samenleving.  

Levertraan bevatte ook stoffen, die weerstandverhogend actief waren. Tegenwoordig schenken we daar geen aandacht meer aan, want sinds de ontdekking van de antibiotica, tijdens de Tweede Wereldoorlog, hebben veel infectieziekten, die vroeger door middel van een goed werkend weerstandsvermogen overwonnen moesten worden, hun bedreiging verloren. 

Het gebruik van levertraan was in vroeger tijd wel degelijk een heel zinvol iets. Nog beter en sterker werkend dan levertraan was de olie, die geperst werd uit de lever van de roggen.                                                                                                        Terschellinger vissers hadden in najaar en wintertijd altijd een flesje roggenolie aan boord en namen daar iedere dag een teugje uit, om zodoende de weerstand op peil te houden. Het beschermde tegen verkoudheden en griep. 

De afgelopen jaren is uit verschillende Scandinavische onderzoeken gebleken, dat haaienleverolie een soortgelijke stof bevat, die het afweersysteem gunstig beïnvloedt. 

Het ontstaan van kanker heeft altijd te maken met een falend afweersysteem. Als het afweersysteem toereikend functioneert, herkent het stoffen en vreemde cellen, die niet in het lichaam thuishoren. Via bepaalde enzymen worden giftige stoffen omgezet in niet-giftige stoffen en door bepaalde witte bloedcellen worden verkeerde cellen aangevallen en letterlijk opgevreten.                          Als de capaciteit van het afweersysteem dus niet voldoende is, kunnen giftige stoffen en vreemde lichaamscellen ongestraft hun heilloze gang gaan met alle ellendige gevolgen van dien.

Juist in een tijd als deze - waar ten gevolge van milieuvervuiling en vervuild voedsel door kleur-, geur- en smaakstoffen en al dat soort zinloze troep, het afweersysteem toch al 'overuren' moet maken - lijkt het me meer dan zinvol om ons afweersysteem een helpende hand te bieden.

Nee, geen levertraan meer. Wel is gedurende de wintermaanden het gebruik van haaienleverolie, bijvoorbeeld in capsulevorm, aanbevelenswaardig.

Waarom zou hetgeen de Terschellinger vissers eeuwen hebben gepraktiseerd, en met resultaat, niet weer zinvol zijn voor ons, als toch wel steeds meer gedenatureerde, moderne mensen? Terug naar de natuur kan niet meer, daarvoor zijn we te computerafhankelijk geworden. De natuur helemaal afschrijven kan ook niet, want u en ik blijven toch mensen die levende, biologisch bepaalde wezens zijn, ondanks alle technologisch vernuft ...

Jaap Huibers, homeopaat, natuurgeneeskundig therapeut

Tel.: 0343 454980


Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 25 jaargang, Nr. 150