
Gedragsproblemen
bij katten
Het
komt nogal eens voor dat onze huiskatten een gedrag vertonen dat we als
probleemgedrag omschrijven. Vaak zijn dat katten die in een grotere populatie
worden gehouden (twee of meer in één huis), maar soms ook betreft het een kat
die alleen in huis is. Vele oorzaken kunnen aan dit gedrag ten grondslag liggen.
Oorzaken
Vaak
ligt de wortel van bepaalde gedragsafwijkingen in een heel belangrijke periode
van het kattenleven: de socialisatieperiode, de leeftijd tot ongeveer 8 weken.
Heeft de kat in deze periode slechte ervaringen gehad met mens of dier, of leert
het dier niet te wennen aan bepaalde dingen en situaties, dan valt de schade
later nooit meer geheel te herstellen.
Ook stress is een belangrijke oorzaak van gedragsproblemen. Stress kan
veroorzaakt worden door spanningen binnen het gezin, verveling, te weinig
beweging, te weinig of juist teveel aandacht, etc. Ook kan een verkeerde manier
van straffen leiden tot gedragsproblemen.
Bij katten is de volgende reden heel vaak de oorzaak van gedragsproblemen: in de
natuur kennen katten onderling een zogenaamde 'relatieve dominantie'.
Afhankelijk van het tijdstip van de dag en de plaats waar men elkaar tegenkomt,
is de ene of de andere kat de baas. Het kan voorkomen dat kat A van 7-10 uur een
bepaalde zitplaats heeft en hier de baas is, terwijl kat B van 12-15 uur op
dezelfde zitplaats zit en er dan de baas is. De dominantie is dus geen wet van
meden en perzen, maar gerelateerd aan plaats en tijdstip! Dit in tegenstelling
tot bijv. honden: zij kennen een 'absolute dominantie'; als de rangorde eenmaal
is uitgemaakt, blijft de dominante hond altijd de baas, ongeacht het tijdstip of
de plaats van treffen.
Bij
katten die in hetzelfde huis worden gehouden, ontstaat nu een vorm van
dominantie zoals bij honden het geval is: absolute dominantie. Er zijn dan -
ondanks dat dit voor katten niet natuurlijk is - één of meer ranghoogsten en
één of meer ranglaagsten. Op plaatsen waar veel katten tezamen worden
gehouden, zien we dan ook altijd dat één of meer katten letterlijk 'het
pispaaltje' zijn: de andere katten reageren zich dagelijks af op deze katten en
meppen ze regelmatig de hoek in. Uit onvrede gaat de ranglaagste kat dan vaak
plassen in huis. Ook de dominante kat kan in huis zijn territorium uit gaan
zetten en volop sproeien om zijn geurmerken achter te laten.
Ook
dementie bij de ouder wordende kat kan gedragsproblemen meebrengen. Het dier
reageert soms apathisch, dan weer heel verschrikt; het vraagt veel meer aandacht
dan voorheen. Onzindelijkheid kan een gevolg zijn. De schrikreacties kunnen mede
veroorzaakt worden doordat het dier slijtage krijgt aan oren en ogen: het ziet
en hoort minder goed, waardoor de dingen vaak onverwacht voor het dier
plaatsvinden: schrik!
Overigens kan een dergelijk gedrag soms worden veroorzaakt door een te hoge
schildklierfunctie; laat dat dus altijd even nazien door uw dierenarts!
Homeopathie
Met
behulp van homeopathie kun je enige invloed uitoefenen op het karakter van een
dier. Een karakter is natuurlijk niet helemaal te veranderen, maar je kunt er
wel de scherpe kantjes vanaf halen, waardoor de gedragingen acceptabeler worden.
Zo proberen we de dominante trekjes bij de ranghoogsten wat af te remmen, en de
angstige trekjes bij de ranglaagsten te verminderen. We doen dit via een
zogenaamde typediagnose: het meest gelijkende middel zoeken bij een bepaald
dier.
In
de homeopathie veroorzaken middelen die onverdund aan gezonde dieren zijn
gegeven, een aantal specifieke symptomen. Neem het gif arsenicum album: het dier
wordt onrustig, angstig, dorstig en krijgt maag/darmproblemen.
In de homeopathie wordt het gelijksoortige met het gelijksoortige bestreden,
maar dan wel een middel in 'verdunde' - of beter: gepotentieerde - vorm!
Geven we nu datzelfde gif arsenicum album, in gepotentieerde vorm, aan een kat
met bovenstaande symptomen, dan zullen die symptomen vaak genezen/verbeteren.
Homeopatische
typen
Arsenicum
album-type (arsenigzuur): een slank tot mager dier met vaak zachte beharing.
Het dier is erg schoon op zichzelf, vaak onrustig, angstig, en staat wat onzeker
op de poten. Het heeft vaak last van darmklachten en is dorstig (drinkt vaak
kleine beetjes water). Lichamelijke klachten kunnen zijn: huidproblemen en
diarree.
Calcium carbonicum-type (calciumcarbonaat): grof en zwaar type, is traag,
heeft vaak een slechte conditie. Gewrichtsklachten, botproblemen en epilepsie
kunnen bij dit type dier voorkomen.
Lycopodium-type (grote wolfsklauw): erg dominant type, vaak huidproblemen
tengevolge van een slechte lever-, nier- en dikke darmfunctie. Ook slappe
ontlasting en veel windvorming komen regelmatig voor.
Phosphorus-type (fosfor): atletisch gebouwd dier, zachte glanzende vacht,
veel uithoudingsvermogen. Het dier is schrikachtig voor harde geluiden, onweer
en vuurwerk.
Pulsatilla-type (wildemanskruid): erg vriendelijk en onderdanig type.
Deze dieren zijn vaak vatbaar voor slijmvliesontstekingen, vooral van de
baarmoeder, de vagina en de blaas.
Stramonium-type (doornappel): kan slecht tegen alleen zijn, is
opzettelijk onzindelijk om aandacht te trekken. Stramonium is tevens een
eenvoudig inzetbaar middel bij dementie, vanwege de regulerende werking op de
psyche.
Sepia (zeekat): vaak slanke types, aanleg voor baarmoederproblemen,
reageert vaak onverschillig of vijandig (ook tegen de eigen jongen), wil graag
met rust worden gelaten.
Bij
bepaalde nerveuze gedragsproblemen zijn er rustgevende homeopatische middelen te
gebruiken, waaronder Passiflora incarnata (voor nervositeit en angst) en Avena
sativa (voor zwakke en nerveuze dieren). Toch blijft het de beste methode om via
een type-diagnose het juiste constitutiemiddel (het meest passende middel bij
het dier) te vinden, zodat de problemen fundamenteel worden aangepakt en niet
slechts tijdelijk worden onderdrukt. Voor het stellen van een juiste
type-diagnose moet de homeopaat veel weten van zowel de psyche als van de
lichamelijke problemen van het dier. Een goed waarnemend vermogen van de
eigenaar is hierbij van groot belang.
Sita
van der Munnik
veterinair
homeopaat
Tel.:
0224 571879
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 28e jaargang, Nr. 168, bladzijde 28