
Hypoglykemie
In vele tijdschriften over alternatieve vormen van geneeskunde zijn even
zo vele artikelen verschenen over het onderwerp 'hypoglykemie'. In deze
artikelen wordt de kwaal niet op de juiste manier belicht en evenmin in de
gangbare behandelingen.
Onder hypoglykemie wordt verstaan een aandoening, waarbij de lijder
aanvallen krijgt te verduren van kortdurend glucosetekort, waardoor hij of zij
gevoelens van duizeligheid, misselijkheid, neerslachtigheid of zelfs flauwvallen
ondervindt, waarvoor een beetje suiker - of een andere snel suiker leverende
stof (bijv. vruchtensuiker) - helpt. Iemand, die aan deze aandoening lijdt,
neigt ertoe vaak iets te eten, liefst iets zoets, waardoor overgewicht kan
ontstaan. Sommige van deze patiënten zijn mager, ondanks veel eten. De eerste,
dikkere, groep ontwikkelt later vaak suikerziekte, de magere groep heeft daar
minder neiging toe.
De gangbare behandeling, die ik helaas ook jaren lang heb voorgesteld,
bestaat uit frequente, koolhydraatarme en eiwitrijke, maaltijden, bijvoorbeeld
om de twee uur, vitamines B en C en mineralen zoals chroom, selenium, magnesium
en zink, voldoende onverzadigde vetten en vermijden van stress. Er staat in de
behandelingsvoorstellen bovendien, dat stress vermeden moet worden omdat het
bloedsuiker zou verhogen.
Waarop berust nu eigenlijk hypoglykemie? Niet op verhoogde bloedsuiker want
dat is het geval bij hyperglykemie (suikerziekte), de tegenpool van hypo. Nee,
er is juist een verlaagde bloedsuiker, en tegenover suikerziekte ofwel diabetes,
waarbij een insulinetekort bestaat, is er bij hypoglykemie te veel insuline.
Veel insuline leidt tot veel behoefte aan suiker, waardoor vetzucht ontstaat.
Elke keer dat we eten verhogen we de insuline, doordat de pancreas
(alvleesklier) aan het werk gezet wordt. Door de pancreas vaak te prikkelen door
kleine tussendoortjes krijgen we vrijwel permanent verhoogde insulinespiegels in
ons bloed. Hierdoor houden we steeds honger en vormen we permanent vetweefsel.
Vetweefsel vraagt weer om meer insuline om de cellen van nieuw voedsel te
voorzien en zo worden we steeds dikker. Mensen, die niet dikker worden ondanks
veel eten kunnen geen vetweefsel vormen en zij kunnen daardoor niet zo lang
zonder voedsel, mede doordat zij vaak erg beweeglijk zijn. Als zij niet
voldoende eten, krijgen zij tekort aan glucose (hypoglykemie) bij inspannende
bezigheden zoals fietsen of sport.
De behandeling van hypoglykemie moet berusten op het verlagen van het
insulinepeil. De patiënt moet leren bij de maaltijden, drie maal per dag,
voldoende te eten van ongeraffineerde (ruwe, vezelrijke) koolhydraten, waar hij
of zij vier tot zes uren op kan teren. Hij moet voldoende tijd nemen voor de
maaltijd, zodat hij goed verzadigd is, en niet alleen de eerste honger stillen.
Hij moet nooit een klein hapje nemen van het een of ander, maar altijd alleen
goede maaltijden. Nooit frisdrank, maar alleen water en thee en soms wat koffie.
De laatste stof verhoogt het bloedsuiker door glucosevorming uit vet en kan dus
als remedie gelden. Koffie maakt echter ook nerveus, waardoor insuline kan
worden gevormd via stresshormonen. Dus een beetje koffie is goed, maar veel
koffie is slecht. Dat geldt voor een heleboel stoffen, maar niet voor
ongeraffineerde koolhydraten, zoals volkorenbrood, noten, granen, groenten,
vruchten, zaden, etc.
Dezelfde behandeling geldt ook voor overgewicht en beginnende diabetes. Goed
eten bij de maaltijden, die nooit korter mogen duren dan een half uur en de
avondmaaltijd liefst een uur.
Alleen ongeraffineerde koolhydraten, matig met eiwitten en zuinig met
vetten, waarbij verzadigde vetten zo veel mogelijk vermeden worden, daar die de
eigen vetverbranding tegenhouden.
De magere hypoglykemiepatiënt moet ook leren goed en lang te eten bij de
maaltijd, want hij is daar vaak te haastig en te nerveus voor. Hij moet
spierweefsel opbouwen door training en het eten van grote hoeveelheden
koolhydraten. Voor een inspanning moet hij extra eten. Ook geen suikerhoudende
frisdrank gebruiken en geen tussendoortjes!
Wat gebeurt er nu als mensen de tot nu toe gangbare behandeling volgen? Hun
kwaal wordt in stand gehouden, zij nemen af in spierweefsel en toe in water en
vet. Ze zullen geen aanvallen hebben als ze zich eraan houden om de twee uur te
eten, maar zodra ze dat niet doen gaat het mis. De vitamines en mineralen zullen
wel voor enige verbetering zorgen, maar als ze veel complexe koolhydraten zouden
eten kregen ze toch wel voldoende van deze stoffen binnen.
En het belangrijkste is, dat hun kans om diabetes te krijgen er niet door
wordt verminderd.
Bertil de Klyn, arts
Ellecom
Terug naar menu
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 27e jaargang, Nr. 159,
bladzijde 15