
Galklachten
worden vaak door galstenen veroorzaakt, maar galstenen veroorzaken niet altijd
klachten. In de Westerse samenleving worden galstenen gevonden bij één op de
tien mensen. In de Verenigde Staten vindt men galstenen bij 20% van de vrouwen
en 8% van de mannen boven de 40 jaar. Men onderscheidt cholesterolstenen en
pigmentstenen. Slechts bij 30% van de patiënten behoeven de galstenen operatief
verwijderd te worden, bij 70% leidt behandeling met medicijnen tot resultaat. In
de natuurgeneeskunde beginnen we natuurlijk met aanpassing van de voeding en
gebruiken we natuurlijke geneesmiddelen en extra vitamines.
Het ontstaan van galstenen
In
bijna 80% van de gevallen bestaan die stenen uit cholesterol. Cholesterolstenen
ontstaan wanneer de gal oververzadigd is aan cholesterol door verhoogde
uitscheiding van cholesterol in de gal en/of verminderde uitscheiding van
galzouten.
Met
de leeftijd neemt de capaciteit van de lever om galzuren te maken af, terwijl
mensen met overgewicht meer cholesterol opnemen en uitscheiden. De
oververzadiging van gal met cholesterol is echter niet de enige factor, omdat
cholesterolkristallen andere factoren nodig hebben om uit te groeien tot stenen.
Ook de lediging van de galblaas speelt een rol.
De
galblaas wordt lui bij vasten en tijdens zwangerschap.
Oorzaken
van het ontstaan van galstenen
Erfelijke
aanleg, oudere leeftijd en overgewicht dragen bij aan een verhoogd risico op
galstenen. Andere oorzakelijke factoren zijn weinig voedingsvezels (uit groente
en fruit), trage stoelgang, weinig lecithine in de gal, voedselallergie, te kort
aan calcium (kalk),vitamine E en C, gebruik van teveel suiker en inname van te
weinig vocht.
Vrouwen
met hoge vitamine C-spiegels in het bloed hebben 50% minder kans op galstenen
dan vrouwen met gemiddelde vitamine C-waarden. Onder alcohol consumerende,
tevens vitamine C gebruikende vrouwen was er 50% verlaging van klinische
galblaasaandoeningen en 62% vermindering van galblaasoperaties.
In
de eerste 5-10 jaar van het gebruik van de anticonceptiepil is er een verhoogd
risico op het ontwikkelen van galstenen. Vrouwen die regelmatig gewicht
verliezen en daarna weer aankomen hebben een grotere kans op het krijgen van
galstenen. Hoe sterker het gewicht schommelt, hoe groter de kans op het krijgen
van galstenen.
Klachten
Dit
kan uiterst wisselend zijn. Een aantal patiënten blijft jarenlang zonder
klachten. Driekwart van alle bezitters van galstenen heeft nooit ernstige
klachten. Een kwart krijgt na het gebruik van een vetrijke, zware maaltijd,
eieren of spinazie een galsteenkoliek. De galblaas kan echter reageren met
contractie op ergernis, stress, nauwe kleding, afkoeling en op koude voeten.
Inklemming van een steen in de galwegen - met drukverhoging in de galblaas of in
de galwegen - verwekt de typische galsteenkoliek: een plotselinge aanval van
hevige pijn in maag- of galblaasstreek, rechtsom uitstralend naar de rug, met
misselijkheid en benauwd braken, die soms na één uur of langer even plotseling
verdwijnt. Daags na de aanval zijn er vaak verschijnselen van geelzucht, soms
(gedurende enkele dagen) met lichtgekleurde ontlasting ('stopverffaeces') en
donkere urine ('oud bruin').
Op
lever- en galklachten wijzen ook: verminderde eetlust, slecht verdragen van vet,
misselijkheid, vol gevoel in de bovenbuik, moeheid en vochtophoping aan de
taille.
Voedingsadviezen
a.
Meer drinken, zes tot acht glazen water/(kruiden)thee per dag. Elke dag één
glas biologische rode wijn (bij verhoogd risico op borstkanker in combinatie met
extra foliumzuur).
b.
Vezelrijke voeding (elke dag een grapefruit of sinaasappel met een appel of peer
met schil, volkorenbrood, roggebrood, muesli of havermout of Brinta).
c.
Minder of geen dierlijke eiwitten (vlees) gebruiken.
d.
Beperk het gebruik van dierlijke vetten en gebruik met mate koudgeperste
olijfolie (olijfolie werkt cholesterol- en bloeddrukverlagend).
e.
Zorg voor voldoende lecithine door vaker een (liefst zachtgekookt) of een
spiegelei te eten omdat in ei veel lecithine zit. Gebruik bij een te hoog
cholesterolgehalte elke dag een eetlepel Sojalecithine-granulaat, bijvoorbeeld
in de muesli.
f.
Extra vitamine C, liefst door meer fruit te eten en natuurlijke vitamine E, 100
IU per dag, nemen. Bij te hoog cholesterolgehalte vermindert 2000 mg vitamine C
per dag de vorming van galstenen aanzienlijk.
g.
Denk aan de mogelijkheid van voedselallergie en probeer dit te voorkomen / op te
heffen; veel voorkomende voedselallergieën zijn die voor eieren, varkensvlees,
uien, melk, koffie en citrusvruchten.
h.
Wanneer men gal- en leverthee (bijvoorbeeld Salus kruidenthee no. 18 voor lever
en gal, 3 x daags één kopje van één zakje per kopje) gebruikt, is het
belangrijk dit tien dagen te drinken en daarna drie weken pauze te nemen. Dit is
een ritme dat de werkzaamheid van de thee verhoogt.
Algemene
adviezen
Zorg
voor voldoende lichaamsbeweging. Twee tot drie uur fietsen, joggen of stevig
doorwandelen per week leidt tot 20% minder operaties in verband met galstenen.
Vijf maal per week 30 minuten duurtraining bij te zware mannen vermindert de
kans op vorming van galstenen zelfs met 37%. Probeer ergernis en stress te
vermijden. Draag ruimzittende kleding. Loop niet met natte, koude voeten.
Homeopathische
behandeling
Zelfmedicatie:
Algemeen
middel voor galklachten: Curcuma Pentarkan. Dit stimuleert de vorming en de
afvoer van de gal. Het werkt ontspannend op de gladde spiertjes in de galblaas
en de afvoerende galwegen en verbetert daardoor de afvoer van de gal. Hierdoor
vermindert de kans op galsteenvorming.
Homeopathische
behandeling
Op
voorschrift van arts of therapeut:
Bij
te hoog cholesterolgehalte:
-
Beginnen met twee flesjes, 3 x daags 20 druppels Cynara scolymus 0; daarna 3 x
daags 10 druppels Cynara scolymus D3.
-
Indien het cholesterolgehalte te hoog blijft, Cynara sclolymus in combinatie met
Cholesterinum D30 OF 's morgens 20 druppels Olea europea gemmae 1D en 's avonds
20 druppels Tamarix gallica geammae 1D.
Bij
galklachten met koude vingertoppen: Taraxacum D1.
Bij
galklachten met obstipatie: Carduus marianus D1.
Bij
galstenen: Calculi biliarii D12 in
combinatie met
- obstipatie: Carduus mar. D1
-
neiging tot diarree: Chelidonium D6
(waarschuwing:
gebruik van Chelidonium in een lage potentie langer dan zes weken kan
onherstelbare beschadiging van de galgangen in de lever veroorzaken).
-
(tijdens) galsteenkoliek: Magn. phos. D6 om de 10 min. een dosis onder de tong
-
bij vaak optredende kolieken: Rosmarinus off. gemmae 1D.
Bij
zoetekauwen met koude benen en gal- en nierstenen: Lycopodium D12/D30/C30.
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 28e jaargang, Nr. 164, bladzijde 19