
Er
bestaan sterke aanwijzingen - vanuit meerdere medische disciplines, de
celtherapie incluis - dat niet weinige degeneratieve ziekten van het centrale
zenuwstelsel hun oorzaak vinden in het bovenste deel van het
spijsverteringskanaal. Problemen met de opname van voedingselementen en vetten
in de dunne darm zijn het gevolg van het niet goed functioneren van het
darmslijmvlies in dit traject en de daardoor gebrekkige afscheiding van
spijsverteringssappen. Dit doet zich tegenwoordig zeer vaak voor bij allergieën
en infectiegevoeligheid. Dat wil waarschijnlijk niet zeggen dat dit meestal het
geval is bij MS, maar een relatie met het immuunsysteem bij deze aandoening
wordt voor zeker aangenomen. Het immuunsysteem en dus ook (vooral het bovenste
deel van) het spijsverteringsstelsel moet dan ook in het behandelingsconcept
betrokken worden.
Bovengenoemde
benadering vormt de grondslag van het glutenvrije dieet, dat past in het
behandelingsconcept van multiple sclerose en het dieet zal dan ook afzonderlijk
behandeld worden als essentieel onderdeel van het behandelingsplan.
Hetgeen
hier is opgemerkt, geldt overigens ook voor andere degeneratieve ziekten van het
zenuwstelsel, zoals Friedreich's ataxie, tubereuze sclerose, ziekte van
Parkinson, metachromatische leukodystrofie, progressieve spierdystrofie e.a.
Enzymtherapie
Enzymen
zijn overal in ons lichaam aanwezig en werkzaam; geen enkel proces kan verlopen
zonder tussenkomst van enzymen. Spijsvertering, hersenen, ademhaling, bloeddruk,
nieren, alles werkt omdat er in alle organen en in elke cel van ons lichaam
enzymen zijn, die de processen laten verlopen.
Enzymen
kun je vergelijken met de bougies in een auto. We kunnen de duurste auto met de
sterkste motor vol doen met de beste benzine, maar als de bougies de vonk niet
doen overspringen, zal de auto niet starten. Zó werken enzymen in ons lichaam.
Ze brengen omzettingen tot stand, waardoor allerlei processen op gang komen.
Zonder enzymen zouden we net zo levend zijn als een steen of een stuk hout. Enzymen
zijn de basis van alle levensprocessen.
De
enzympreparaten die in Nederland sinds 1947 werden ontwikkeld door de
biochemicus wijlen G.H. van Leeuwen zijn cellulair werkende enzymen, in
tegenstelling tot bijvoorbeeld de spijsverteringsenzymen, die humoraal (in het
lichaamsvocht; red.) werken en al langer op de markt zijn.
Het uitvinden van een methode, waardoor het mogelijk wordt dat enzymen de
celmembranen passeren en zo binnen in de cel hun werk kunnen doen, is
revolutionair. Van Leeuwen is de enige op de wereld die deze methode kent;
hij heeft het octrooi op deze vinding. Deze is zo geniaal, dat de instanties die
de enzympreparaten moeten beoordelen, nog steeds volhouden dat het onmogelijk is
enzymen te maken die de celwand kunnen passeren.
Van
de enzympreparaten van Van Leeuwen die thans op de markt zijn is het bekendste
en meest gebruikte ongetwijfeld Vasolastine. Dit wordt vooral toegepast
bij ziekten van hart en bloedvaten, maar het verbetert de doorbloeding en
zuurstofoverdracht in zijn algemeenheid, zodat het ook een basismiddel is voor
andere ziekten, die van het zenuwstelsel incluis (zeker bij een leeftijd van
boven de 40 jaar).
Hoewel Coliacron niet zo duidelijk in de publiciteit is gekomen als
Vasolastine, wordt dit enzympreparaat toch op grote schaal gebruikt. Het is het
belangrijkste middel bij aandoeningen van het zenuwstelsel en is ook toepasbaar
bij MS.
Rheumajecta kan gebruikt worden bij alle klachten die betrekking hebben
op gewrichten, banden, pezen, spieren, botten en bindweefsel. Hoewel deze
opsomming misschien niet op het eerste gezicht wijst op mogelijke toepassing bij
MS, is dat toch het geval.
Hetzelfde geldt voor Atopase en Enzybios, die beide orale
enzympreparaten zijn; het eerste voor toepassing bij allergieën en het tweede
bij allerlei soorten infecties, zowel bacteriële, virale als schimmelinfecties.
Het hangt van de achterliggende medische visie op het behandelingsconcept van MS
af, of men deze beide middelen in de therapie wil betrekken.
De
enzympreparaten
Uitgaande
van het behandelingsconcept, zoals dat eerder geformuleerd is, vinden wij in
alle genoemde enzympreparaten belangrijke aanknopingspunten voor toepassing bij
multiple sclerose (systematische toepassing):
Vasolastine verbetert de zuurstofvoorziening van alle weefsels; Coliacron
bevordert de prikkeloverdracht en energievoorziening in de zenuwsynapsen (ook de
ontgifting van de zenuwcellen, door mij niet specifiek genoemd in dit artikel,
maar wel eminent aanwezig). Rheumajecta beschermt de omhulling van de zenuwen
die voor een belangrijk deel uit collageen bestaat. Atopase blijkt indirect van
invloed op de impulsoverdracht. Enzybios bestrijdt micro-organismen die zeer
waarschijnlijk een belangrijke oorzaak zijn.
Aangrijpingspunten van behandeling bevinden zich uiteraard in de zenuwcellen,
zenuwen en spieren, maar men mag hierbij zeker de rol van vooral het bovenste
deel van het spijsverteringssysteem (de lever incluis) niet vergeten!
Laatstgenoemde opmerking brengt mij bij het dieet zoals ik dat voorschrijf bij
MS.
Dieet
*
Glutenvrij dieet
Het
dieet is primair bedoeld voor patiënten, bij wie overgevoeligheid voor gluten
wordt vermoed. De reguliere geneeskunde kent ook het glutenvrij dieet, maar dan
voor patiënten met het klassieke ziektebeeld coeliakie (met ernstige atrofie
(wegkwijning; red.) van het slijmvlies van de dunne darm). Ik heb de indruk dat
het hier slechts het topje van een ijsberg betreft en dat het een veel breder
bereik heeft dan coeliakie alleen. Zo zou deze vorm van overgevoeligheid veel
vaker voor kunnen komen bij:
- afwijkend ontlastingspatroon
- misselijkheid
- honger of gebrek aan eetlust
- jeukende huiduitslag
- slappe spieren
- voortplantingsproblemen
- aandoeningen van het zenuwstelsel
- psychische klachten.
Het
doel van de therapie met behulp van dit dieet is de darmvlokken weer op te
bouwen, een goede voedingstoestand te bereiken en de immuniteit te verbeteren.
Wanneer de darmvlokken zich na enkele maanden hersteld hebben, is het belangrijk
dat ze bevolkt worden door darmvriendelijke bacteriën. Een goed glutenvrij
dieet met onder meer voldoende voedingsvezels en (indien mogelijk) zure
melkproducten en melkzuurgefermenteerde groentesappen leggen de basis voor een
gezonde darmflora.
De broodmaaltijden leveren de grootste problemen op. Daarom kan er in het begin
gekozen worden om twee keer per dag warm te eten. Kleine kinderen vinden de
pannenkoekjes van boekweitmeel vaak erg lekker en glutenvrije muesli is ook een
smakelijk alternatief. Glutenvrij brood is in het algemeen vrij droog en
kruimelt snel. Als het zelf gebakken wordt, kan er aan het deeg afgekoelde
gekookte rijst toegevoegd worden om het brood wat smeuïger te maken. Ook
geweekt, gedroogd fruit, een rauwe geraspte aardappel, noten en zaden maken het
brood smakelijker. Glutenvrij brooddeeg hoeft trouwens niet 'gekneed' te worden
en één keer rijzen is voldoende.
Rijst,
maïs, soja en boekweit zijn de meest bekende glutenvrije producten. Ook gierst
is glutenvrij. Een aantal mensen krijgt hier echter toch klachten van. Minder
bekende glutenvrije producten zijn Quinoa en Amarant. Het zijn eigenlijk geen
granen (net als boekweit), maar ze kunnen wel als zodanig gegeten worden. Quinoa
en Amarant zijn te koop bij de natuurvoedingswinkel. Haver bevat veel minder
gluten dan tarwe. Uit diverse onderzoeken blijkt dat 50 gram haver per dag
gedurende 1 jaar door coeliakiepatiënten zonder klachten gegeten kan worden. In
producten die moutstroop, moutextract of moutaroma bevatten, zoals cornflakes,
zijn geen gluten aan te tonen.
*
Vezels
Glutenvrije
producten zijn vaak sterk bewerkte producten, waardoor er weinig voedingsvezels
in zitten. Voedingsvezels zitten in fruit, groenten, gedroogde zuidvruchten,
zaden (lijnzaad) en noten. Glutenvrije (bruine) bakmixen met voedingsvezels
kunnen ook een oplossing zijn. Glutenvrije vezelrijke 'preparaten' zijn vezels
uit suikerbieten, lijnzaad, psylliumzaad, guar, propol, oligofructose en
inuline. Aanbevolen wordt om 15 gram voedingsvezels per 1000 Kcal te nemen. Voor
een volwassene komt dat neer op 30-45 gram per dag.
*
Suikers en vet
Bij
kinderen bestaat het gevaar op teveel (vrucht)suikers in de voeding, met name
wanneer er ook nog sprake is van een lactose-intolerantie. Wanneer de
hoeveelheid suikers in verhouding tot de andere voedingsmiddelen te groot is,
bestaat de kans op gisting, een opgeblazen buik en diarree. Ook komt het
regelmatig voor dat de hoeveelheid vet aan de lage kant is. Een normaal
vetgebruik is de richtlijn. Dit betekent alle sneetjes glutenvrij brood besmeren
met bij voorkeur roomboter. Ik adviseer daarnaast bij de bereiding van de warme
maaltijd minimaal 1 eetlepel koudgeperste olie per persoon te gebruiken.
*
Jodium
Jodium
moet zeker in de gaten gehouden worden. De belangrijkste bron is namelijk brood,
omdat de meeste bakkers jodiumhoudend bakkerszout gebruiken. Bij het zelf bakken
van brood kan daarom het beste jodiumhoudend keukenzout gebruikt worden. Zeezout
bevat slechts zeer kleine hoeveelheden jodium. Het regelmatig eten van (zee)vis
en/of zeewier kan ook bijdragen in de jodiumvoorziening.
*
Lactose
Voor
een lactosebeperkt dieet is het voldoende om melk en melkproducten te beperken
tot een hoeveelheid waar men geen last van heeft. De meeste mensen met
lactose-intolerantie kunnen 15 tot 20 gram lactose (1,5 tot 2 bekers melk) goed
verdragen mits gegeven in combinatie met andere voedingsmiddelen en verdeeld
over de dag (bijvoorbeeld bij ontbijt en avondeten). Volle melk wordt door
mensen met lactose-intolerantie in het algemeen beter verdragen dan halfvolle of
magere melk. Gefermenteerde of 'zure' zuivelproducten, zoals yoghurt, biogarde,
kwark en karnemelk, geven minder klachten dan gewone melkproducten. Een deel van
de lactose is omgezet in melkzuur. Het is dan ook beter om met zure
melkproducten te beginnen en de hoeveelheid heel langzaam op te bouwen.
Rink
Nauta, natuurarts
Oudekerk a/d Amstel
020 4964201
Website: www.dokternauta.nl
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 28e jaargang, Nr. 168, bladzijde 16