COELIAKIE - INHEEMSE SPRUW

APHTAE TROPICA - TROPISCHE SPRUW

De in het nummer 127 beschreven voedselovergevoeligheid COELIAKIE (inheemse spruw) en APHTAE TROPICA (tropische spruw) zijn vormen van spruw (een term die velen zullen associëren met infecties van vagina en/of mondslijmvlies).

Onbehandelde spruw resulteert -net als andere aandoeningen van het maagdarmkanaal, waarbij in de dunne darm problemen bestaan met de opname van vetten, glucose (suiker) en vitaminen (vooral van het B-complex)- in het zogeheten MALABSORPTION SYNDROME (malresorptie syndroom). Men beschouwt dit syndroom o.a. als een derde spruw-variant, wanneer de malresorptie het gevolg is van een besmetting met darmparasieten. Het syndroom kan echter ook optreden bij kwalen als TUBERCULOSE en de ZIEKTE VAN CROHN. Bij de behandeling van alle vormen van spruw zouden vitaminen en mineralen moeten worden ingezet. Terwijl bij (niet alleen in de tropen voorkomende) tropische spruw en sommige vormen van de derde variant gebruik kan worden gemaakt van antibiotica. Deze aanpak is niet zonder gevaar. "Opportunistische" aspergillusschimmels en candidagisten kunnen namelijk van de gelegenheid gebruikmaken om hun eigen vorm van spruwvariant III te veroorzaken of te verhevigen.

Bij coeliakie, waar ongeveer 0,5% van de Nederlanders aan zou lijden, heeft het innemen van hoge doses vitaminen en mineralen overigens slechts zin in combinatie met een ( bij voorkeur niet door een "reguliere" huisarts, maar door een diëtist opgesteld) glutenvrij dieet.

Coeliakie wordt bij vluchtige beschouwing vooral gekenmerkt door chronische moeheid, algehele malaise, huid- en darmklachten (o.a. obstipatie en diarree). Stuk voor stuk verschijnselen, die 'reguliere' artsen vaak vrijwel automatisch als psychosomatisch diagnostiseren. De kans is groot dat een glutenovergevoeligheid levenslang onbehandeld blijft en de opbouw van voedingstekorten en de daaruit voortvloeiende ontwikkeling van AVITAMINOSEN (ziekten t.g.v. vitaminegebrek) geen strobreed in de weg wordt gelegd. (Niet-gediagnostiseerde coeliakiepatienten lopen, doordat ze zich niet aan het dieet houden, overigens een verhoogd risico op darmkanker).

De gevaren van tientallen jaren of zelfs levenslang genegeerde chronische vitamine B-deficiëntie (tekorten) kunnen worden geïllustreerd aan de hand van een zevental van de tot het B-complex behorende vitaminen, waarvan de opname en/of productie zeer problematisch zijn bij coeliakie en andere vormen van spruw. Ik zal overigens slechts een deel van de bijbehorende, MOGELIJKE chronische deficiëntiesymptomen opsommen, waarvan het merendeel een falende behandelaar helaas zal sterken in zijn contraproductieve opvattingen.

Gebrek aan THIAMINE (B1) veroorzaakt 'beri-beri', zenuwontstekingen en verlammingen.

Tekort aan RIBOFLAVINE (B2) ontaardt in degeneratie van het zenuwmateriaal (vooral van oogzenuwen, seborrisch eczeem ( een soort 'roos' in het gelaat en/of op handen en voeten, gebarsten lippen en rode schubachtige smetten rond de genitaliën.

Tekort aan NIACINE (B3) leidt tot "pellegra", wat ruwe huid betekent, pellagroid syndroom, dermatitis (huidontsteking), diarree, hoofdpijn, duizeligheid, slapeloosheid tot depressiviteit en psychosen incl. hallicunaties.

CHOLINE (B4) levert een van de twee grondstoffen voor acetylcholine; een 'chemische boodschapper', die van groot belang is voor het (rustgevende) parasympathische zenuwstelsel, en via de nervus vagus (longmaagzenuw) onder meer de spiersamentrekking van maag en darmen en de afscheiding van spijsverteringssappen regelt. Bij B4-tekort kan men naast een gestaag groeiend aantal voedselovergevoeligheden ook problemen met het geheugen ontwikkelen.

Het gemis aan PYRIDOXINE (B6) heeft seborisch eczeem-achtige plekken in het gelaat, geagiteerdheid, toevallen en (op den duur in degeneratie van het perifere zenuwstelsel resulterende) zenuwontstekking tot gevolg.

FOLIUMZUUR (B11) is dermate belangrijk voor de opbouw van het zenuwstelsel, dat zwangere vrouwen door de overheid worden aangeraden enige tijd extra foliumzuur te slikken. Dit om o.a. de kans op een kind met spina bifida (open ruggetje) te voorkomen.

B11-tekorten uiten zich o.a. door de vorming van afwijkende rode bloedlichaampjes. Deze vitamine wordt ook wel ingezet om dergelijke afwijkingen te corrigeren. Foliumzuur wordt bij de behandeling van spruw dermate belangrijk geacht, dat zelfs "reguliere" artsen in de V.S. in eerste instantie naar deze vitaminen grijpen.

CYANNOBALAMINE (B12) is o.a. belangrijk voor de productie van rode bloedlichaampjes en van myeline, een vetachtige stof, die binnen het zenuwstelsel een belangrijke rol speelt bij de geleiding van prikkels. B12-tekort kan o.a. leiden tot evenwichtsverlies in het donker, een verlammende zenuwontsteking en aantasting van de bovenste laag van de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. In de V.S. wordt cyanocobalamine 'regulier' o.a. ingezet bij de behandeling van neuralgie (zenuwpijn, de meest bekend vorm heet "aangezichtspijn").

Zielkundigen zouden de vitamines B11 en B12 onder meer moeten kennen, doordat tekorten internationaal in verband worden gebracht met neurologische aandoeningen als dementie en Alzheimer. Dit heeft de vaste 'deskundige'-psychiater van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam er op 13 juli 1995 niet van weerhouden een spruwbehandeling verdacht te maken, met het argument dat "voedingstekorten worden aangezuiverd met bijvoorbeeld zink en vitamine B11 (nooit van gehoord) en B12". (Zink is van groot belang voor het immuunsysteem en de enzymhuishouding).

Vitamine B11- en B12-tekorten, die met verschillende vormen van anemie (bloedarmoede) in verband staan, zijn helaas in staat om elkaar "wederzijds" op te wekken. Daarnaast kunnen zowel vitamine B11- als B12-tekorten (o.a. in aantasting van het immuunsysteem resulterende) vitamine C-deficiëntie veroorzaken. Dit laatste tekort brengt dan weer de opname van het mineraal ijzer in het gedrang, wat an sich al volstaat om bloedarmoede te krijgen. Er zijn veel meer zogenoemde 'kruidendeficiënties' mogelijk tussen al-dan-niet tot het B-complex behorende vitamines onderling en vitamines en mineralen onderling.

Calcium-deficiëntie kan bijvoorbeeld direct tot B12-tekorten en daardoor indirect tot pernicieuze anemie leiden.

R.Bolman.

Rotterdam

tel: 010 - 4552863

Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 21e jaargang, Nr. 130 , bladzijde 23