
In mijn praktijk stel ik de diagnose
'belasting door zware metalen' d.m.v. een energetische testmethode, de Vegatest, en d.m.v.
een grof-kwantitatieve chemische bepaling in de ochtendurine, de STS (Schwermetalltest van
Schiele und Heil).
De controverse over het wel of niet
schadelijke kwikzilver uit de Amalgaamvullingen is in Nederland nog lang (?) niet
uitgevochten, omdat het nog een kwestie van geloof is. In Zweden zou het gebruik van
Amalgaam al helemaal verboden zijn. In Duitsland moet de tandarts op verzoek een witte
vulling plaatsen i.p.v. het amalgaam op kosten van de verzekering. En bij vrouwen tussen
14 en 40 jaar wordt geadviseerd om geen amalgaam te plaatsen, omdat de schadelijkheid voor
de vrucht wetenschappelijk bewezen is. De reden dat vele tandartsen en artsen in Nederland
nog niet in de schadelijkheid ervan geloven, kan liggen aan het feit dat niet iedereen van
de amalgaamdragers gevoelig is voor het materiaal, terwijl velen (we weten niet hoeveel
procent) er wel klachten door krijgen. Voornamelijk diegenen zullen er ziek door worden,
die het zware metaal niet kunnen uitscheiden. Dat kan komen door de individuele
stofwisselingen en kan er toe leiden, dat iemand vanaf de eerste amalgaamvulling al ziek
wordt. De symptomen zijn zeer uiteenlopend en uiten zich bij het individu op zijn of haar
zwakste plek:
· aan het zenuwsysteem: hier zal het
angst, depressie, zenuwachtigheid, overgevoeligheid voor zenuwprikkels, enz. oproepen.
· aan de slijmvliezen van het
maagdarmkanaal: neiging tot allergieën, candidiasis, diarree en obstipatie, bloed bij
ontlasting, spastisch colon, enz.
· aan de huid: allergieën, eczeem.
Alleen bij de laatste groep heeft een
intracutaantest op tandheelkundige materialen zin, want alleen deze hebben de antistoffen
in de huid. Zo komt het dat maar 2% van alle door het metaal energetisch belaste
patiënten een positieve intracutaantest heeft.
Een mens kan in de loop van het leven
ook van een uitscheider in een niet-uitscheider veranderen. Dat kan door factoren die het
energetische evenwicht verstoren, zoals stoorvelden (ontstoken tanden, kiezen, tonsillen,
sinussen, galblaas, etc), of virussen, of emoties. Pas dan zal deze patiënt klachten
ontwikkelen.
Maar in de laatste tijd vind ik
steeds vaker de belastingen door andere zware metalen: arsenicum, cadmium, lood. Arsenicum
komt voor in bestrijdingsmiddelen, vloerbedekking, wandbehang. Cadmium bevindt zich in de
grond, en men vindt het terug in aardappelen en paddestoelen, maar ook in aardewerk met
roodgele kleuren en in sigarettenrook! Lood zit in de pijpen van oude waterleidingen. Wat
betreft de andere soorten milieugif heb ik goed nieuws: ik heb een uitgebreide verzameling
testdozen met milieugifstoffen. Maar deze blijken in de test altijd ondergeschikt te zijn
aan een belasting met zware metalen. M.a.w. deze zullen weinig invloed hebben op het
energetisch evenwicht en de vitaliteit, als de zware metalen verwijderd zijn.
Bij iedereen, waarbij ik in de
energetische test een belasting vind door kwik, cadmium, arsenicum, aluminium of lood, zal
ik naast de ontkoppeling van deze metalen d.m.v. de Bioresonantietherapie (nu Biofysische
Informatietherapie genoemd) ook een chemische binding d.m.v. een oraal chelerend
middel - nastreven om het sneller uit te scheiden. Goed werken de volgende middelen: CH 7
van het KEAC (3 maal 10-30 druppels), het Convalesco van Oriherba (3 maal een theelepeltje
in water), het Porfyrazyme van Nutramin (3 maal 2 tabletten), het Pleochelat van Holomed
(3 maal 20 druppels) en Chlorofyl van Fa. Vita (3 maal 1 theelepeltje); alle doseringen
dagelijks. Uiteraard moet men de drainage van lever en nier bevorderen met (liefst uitgeteste) homeopathische medicijnen of
nier/blaas- en lever/galthee). Men dient hiermee enkele maanden door te gaan. Het verloop,
en de vorderingen erbij, controleer ik met de STS.
Hierbij
ben ik het volgende verbijsterende gegeven op het spoor gekomen: iedereen die een zware
metalenbelasting heeft, scheidt koper en zink eerst uit (volgens de waarde die deze hebben
in het periodesysteem van de elementen). Dan pas cadmium, dan kwik en dan lood. Kwik en de
andere zware metalen hebben de eigenschap om koper, ijzer, zink, magnesium en calcium van
hun bindingsplaatsen te verdringen en de opname te blokkeren. Daardoor komen bijvoorbeeld
zink- en koperionen vrij. Als wij iemand met een dergelijke blokkade zink toedienen,
kunnen we deze zelfs vergiftigen. En de mineralen worden vooral niet opgenomen, ook al
heeft de desbetreffende er een tekort aan. Voor elke supplementering met mineralen, dienen
we eerst de bindingsplaatsen ervoor vrij te maken, die bezet zijn door zware metalen. Deze
moeten eerst op bovengenoemde manier ontgift worden.
Drs. R. Frey.
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 24e jaargang, Nr. 145, bladzijde 34