
De belangrijkste vraag is: Wanneer zijn de blaasontstekeningen
begonnen? Was dat in de kindertijd, het begin van regelmatige geslachtsgemeenschap, de
zwangerschap, de periode na een bevalling, gedurende de overgangsjaren, na een
baarmoederoperatie of na spanningen en depressies?
Het begin van de problemen staat in verband met één van bovengenoemde levensfasen
of bepaalde gebeurtenissen. Iedere patiënt op dezelfde wijze behandelen heeft geen enkele
zin, wél een gynaecologisch onderzoek, desnoods door een aantal gynaecologen. Dit voor
het geval dat er maar geen eind komt aan de ontsteking en u, terecht, bezwaar hebt tegen
opeenvolgende antibioticakuren.
Niet elke zogeheten blaasontsteking is een echte blaasontsteking. Branderige urine
hoeft nog niet op een infectie of ontsteking te wijzen. Al bevat een urinemonster geen
ziektekiemen, dan is dat voor de meeste huisartsen toch aanleiding voor antibiotica. Hij
weet namelijk maar al te goed dat u een recept verwacht en voorkomt liever een discussie.
Sommige vrouwen hebben last van overmatige blaasprikkeling door het gebruik van witte
bloem, witte suiker, cake, koekjes, gebak, chocolade, zoete dranken en snoep. Dieetregels
zijn alleen van waarde, wanneer er geen sprake is van infectie, maar een sterke aandrang,
veel urineren em stresscontinentie. Het lichaam van sommige vrouwen verwerkt moeilijk
zetmeel of glucose en door een dieet kan men een zwakke blaas helpen. Citrusvruchten,
zacht fruit, zoals b.v. aardbei, veel met peper gekruid eten, kunnen een overgevoelige
blaas enorm prikkelen.
Wanneer er geen afwijking gevonden wordt en er er toch sprake is van voortdurende klachten, kan een dieet dat geen granen, uien of peulvruchten bevat, vaak wonderen doen, Er bestaan nog geen duidelijke laboratoriumtests om uit te maken of het voedingspatroon een rol speelt. De enige afdoende test is: de verdachte voedingsstoffen weglaten.
Een natuurarts probeert er achter te komen wat de oorzaak is van de steeds terugkerende klachten en zal u op de juiste wijze weten te begeleiden, maar vaak kunnen we volstaan met zelfhulp, zoals op doeltreffende wijze wordt aangegeven in het door Angla Kilmartin geschreven en door Elsevier uitgegeven boek: 'Blaasontsteking.'
Het hoort bij de moderne medische werkwijze dat de arts wil weten wat
er in een urinemonster aan bacteriën zit, maar veelal worden twee zeer belangrijke punten
over het hoofd gezien:
- Het urinemonster dat het meeste oplevert is het eerste na het begin van de
pijnaanval en
- er moet binnen de 2 uur een laboratoriumkweek worden gedaan.
Als vastgesteld is dat de plas veel of weinig colibacteriën bevat
zullen noch de dokter, noch de patiënt wijzer worden voor wat de vraag betreft waar de
bacteriën vandaan komen. Het meest voor de hand liggend antwoord is een perineum (het
gedeelte huid met onderliggende weefsels tussen de aarsopening en de uitwendige
geslachtsdelen) dat niet schoon is en voortdurend de urinebuis besmet. Soms is de
hoeveelheid ziektekiemen in de urine heel gering en wijst het onderzoek geen groei van
betekenis uit. Dat betekent dat er niet voldoende ziektekiemen zijn om een duidelijke
blaasontsteking te veroorzaken. Veel dokters vinden het verspilde tijd om steeds maar
urinemonsters te onderzoeken en verleggen hun aandacht naar vaginale uitstrijkjes, wanneer
het een vrouw betreft.
Zo'n uitstrijkje (snel en pijnloos) van de baarmoederhals en vagina kan allerlei
soorten aandoeningen, infectueus of niet, aantonen, die heel goed van invloed kunnen zijn
op de toestand van de urinebuis. Zo'n uitstrijkje is een eenvoudige taak en kan heel goed
door de huisarts worden uitgevoerd. Wanneer men wachten moet op een afspraak in het
ziekenhuis is het probleem in veel gevallen niet eens meer op zijn hoogtepunt.
Omdat de oorzaak van vele blaas- en vaginaontstekingen dikwijls bij de patiënt zelf ligt, is het duidelijk dat je deze oorzaak opheft door een goede preventie. De moderne geneeskunde kan veel, maar, kan lang niet alle oorzaken van ontstekingen wegnemen. Volgens de schrijfster van het genoemde boek, die zelf tientallen jaren aan blaasontsteking heeft geleden en de nodige ervaringen met zichzelf en anderen opgedaan heeft, kan men dat zelf veel beter. Geen loze kreet, want door brieven van en telefoongesprekken met lezers blijkt dat men inderdaad niet altijd machteloos staat. Tot nu toe gold: 'eenmaal blaasontsteking, altijd blaasontsteking' en 'je moet er mee leren leven'. Pure onzin. Gewaarschuwd moet worden tegen vaginale spray, geparfumeerde en gekleurde zeepsoorten, antiseptische oplossingen, anti-jeukzalven en glijmiddelen. Ook tampons en gekleurd toiletpapier kunnen irritaties opwekken.
Krachtige biologische wasmiddelen moeten ook niet onderschat worden. De huid kan op den duur door met chemische wasmiddelen gewassen ondergoed geïrriteerd raken. Blaaspatiëntem behoren altijd katoenen broekjes te dragen. Deze kunnen bij hoge temparaturen gewassen worden. Nooit twee dagen achter elkaar hetzelfde broekje dragen, ook al ziet het er schoon uit. Het kruisje zit vol onzichtbare bacteriën. Maar liefst 35% van vrouwen met herhaalde blaasontstekingen krijgen tranquillizers (kalmeringsmiddelen) voorgeschreven. Het is zinloos en duidt op onmacht. Omdat herhaalde blaasontsteking depressies kunnen veroorzaken, wordt er maar al te vaak naar deze verslavende middelen (met bijwerkingen) gegrepen. Depressies zijn niet de oorzaak van blaasontsteking, maar door de steeds terugkerende ellende worden velen wel depressief met alle gevolgen van dien. Als ernstige depressies als gevolg van voortdurende problemen met de urinewegen wél een deel van uw leven worden en u met zelfhulp niet voldoende uit de voeten kunt, tob dan niet verder, maar roep de hulp in van een psychotherapeut of een arts, die zich met totaliteitstherapie bezighoudt. Het boek: 'Blaasontsteking' is in ieder geval een geweldige hulp, waardoor u niet alleen een beter inzicht in de situatie krijgt, maar ook zelfbehandelingstips aangereikt krijgt, Dat uw blaasontsteking niet alleen op de reguliere manier aangepakt moet worden en er talloze andere methoden zijn, is nu stellig wel duidelijk. Geef de moed dus nooit op.
Jacomine
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 24e jaargang, Nr. 140, bladzijde 4