Moeder en kind vanuit natuurgeneeskundig perspectief (deel2)

Het artikel in het vorige nummer van DNUA eindigde met een aantal klachten die bij de aanstaande moeder kunnen optreden tijdens de zwangerschap. Daaraan kunnen de volgende worden toegevoegd.

Misselijkheid

Vooral in de eerste drie maanden van de zwangerschap kunnen misselijkheid en neiging tot braken optreden. Echter, bij sommigen kunnen deze klachten langer en zelfs gedurende de gehele zwangerschap aanwezig zijn.
De volgende remedie kan uitkomst bieden:
Ipecacuanha D4 vóór elke maaltijd 5 druppels verdund met wat water en na het eten Nux vomica D4 eveneens 5 druppels verdund met wat water.

Galblaasklachten

Bij een hinderlijk gevoel en/of druk in de bovenbuik rechts moet gedacht worden aan de galblaas. Vooral als het drukgevoel doortrekt naar de maag of als pijn naar de rug en/of het rechter schouderblad. De klachten kunnen worden veroorzaakt door de druk die ontstaat vanuit de baarmoeder, maar ook al aanwezige galstenen kunnen klachten gaan geven. Het is belangrijk om met soortgelijke klachten naar een arts te gaan zodat kan worden nagegaan wat er precies aan de hand is.
Zelf kan men de volgende homeopathische middelen nemen: Chelidonium D4 en verder Carduus marianus D4. Beide middelen kunnen gelijktijdig worden genomen en wel 3 maal per dag 1 tablet, of 10 globuli (korrels) onder de tong laten smelten. Bij koliekachtige klachten kan bovendien direct bij het begin van de klachten Atropinum sulph D6 uitkomst bieden.

Rugklachten

Rugklachten ter hoogte van de lendenwervels komen tijdens de zwangerschap nogal eens voor. De neuralgische pijnen (zenuwpijnen) die dan kunnen optreden zijn meestal eenzijdig. Ze stralen heel vaak uit naar één kant van de bil of naar één van de benen. Deze pijn is het best vergelijkbaar met kiespijn en gaat vaak gepaard met een gevoel van doofheid, tintelen en prikkelen in de benen, voeten of tenen. Deze laatste verschijnselen kunnen zelfs de enige zijn die wijzen op een aandoening of belasting van de rugwervels of liever gezegd op een irritatie van een of meer zenuwen die uit de wervelkolom komen.
Een in de regel afdoende behandeling vormt de neuraaltherapie, waarbij op bepaalde punten die bij onderzoek pijnlijk blijken te zijn, in de huid een kleine hoeveelheid vloeistof wordt ingespoten. Hoewel neuraaltherapie ook wel 'procaïnetherapie' wordt genoemd, wordt tijdens de zwangerschap het gebruik van procaïne ontraden. Homeopathische middelen en zelfs een fysiologische zoutoplossing kunnen echter ook een bijzonder resultaat opleveren. Het grote belang van neuraaltherapie is dat het vrijwel gelijk verlichting biedt. Het moge duidelijk zijn, dat de neuraaltherapie uitsluitend mag worden uitgevoerd door een daartoe bevoegde en ter zake kundige behandelaar.
Middelen die men zelf kan nemen:
• Rhus toxicodendron D3 wanneer de klachten vooral rechts optreden en wanneer deze beter worden wanneer men eenmaal in beweging is.
• Gnaphalium D3 wanneer de klachten vooral links gelokaliseerd zijn.
• Agaricus muscarius D4 of als complexmiddel wanneer men moeilijk kan zitten.
Plaatselijke warmte door middel van zalf, een warme kruik (pas op voor verbrandingen!), warme omslagen en baden kunnen extra verlichting geven.

Jeuk (pruritus)

De jeuk die over het gehele lichaam kan voorkomen, hoeft niet gepaard te gaan met een aandoening aan of van de huid. De oorzaak is onbekend en daardoor is de behandeling in al die gevallen symptomatisch (gericht op de klacht en niet direct op de oorzaak).
De jeuk kan worden bestreden met Cistus canadensis D3: 3 maal per dag 10 globuli onder de tong laten smelten en eventueel bij klachten ieder halfuur 10 globuli tot de jeuk over is.
Een bad waaraan (olijf)olie is toegevoegd kan verlichting brengen. Van belang is het om steeds na het baden het lichaam in te vetten met bijvoorbeeld olijfolie. Dit is vooral aan te bevelen als de moeder al neigt naar een droge huid.

De laatste fase voor de bevalling

Het is heel nuttig om ongeveer 4 weken voor de bevalling dagelijks 1 of 2 kopjes thee van het kruid vrouwenmantel (Alchemilla) te drinken. Voor 1 kop thee neemt men 1 theelepel van het kruid, giet daar kokend water op en laat het 5 minuten trekken.
De geboorte wordt daardoor vergemakkelijkt, nabloedingen voorkomen en ook het weer in vorm komen van de baarmoeder wordt bevorderd.

Borstvoeding

Nog steeds geldt dat borstvoeding de meest natuurlijke en beste voeding voor de pasgeborene is. Voor een voorspoedige en gezonde ontwikkeling van het kind is het van het grootste belang. Het is het beste om het kind zo lang mogelijk zelf te blijven voeden.
De belangrijkste voordelen van borstvoeding zijn:

1. De moedermelk is vrij van ziektekiemen zonder dat de melk vooraf moet worden verhit. Verder is er een niet na te bootsen overeenkomst van de biochemische eigenschappen van de moedermelk en van het kind.
2. Borstvoeding bevat heel veel afweerstoffen waarvan gebleken is dat ze bij het kind ertoe bijdragen dat het immuunsysteem zich goed ontwikkelt. Het kind wordt weerbaarder en loopt aanzienlijk minder snel infecties op. Bovendien blijkt de ontvankelijkheid voor allergieën duidelijk geringer, zelfs wanneer een van de ouders aan een allergie lijdt.
3. Moedermelk is voor de zuigeling beter te verteren. Omdat het spijsverteringsstelsel van het jonge kind snel van slag is, levert moedermelk een belangrijk voordeel op. Kinderen die geen moedermelk krijgen, hebben een vrij grote kans op stofwisselingsproblemen en tekorten aan bepaalde stoffen.
Wanneer de moedermelk terugloopt, dan kan dat verbeterd worden door Pulsatilla D12; drie maal per dag 10 druppels met wat water verdund innemen.
Soms kan het nodig zijn om het geven van borstvoeding af te breken. Bijvoorbeeld vanwege sociale omstandigheden zoals werk, of om gezondheidsredenen. Ter ondersteuning kan het middel Phytolacca D3 worden genomen; drie maal per dag 5 globuli (korrels) onder de tong.

Diarree bij de zuigeling door moedermelk

Het komt weliswaar zelden voor, maar het kan. Een effectieve manier om dit te behandelen is om voor het zogen enkele druppels van een oplossing Aethusa D4 op de tepels aan te brengen. De zuigeling krijgt dan het middel automatisch binnen met de moedermelk. Het middel wordt bereid door 5 globuli Aethusa D4 in wat gekookt water op te lossen; telkens voor het voeden worden 4 druppels op de tepels gedaan.

Diarree door flesvoeding

Bij diarree bij kinderen moet men altijd op zijn hoede zijn, bijvoorbeeld voor snelle uitdroging. Dit kan een ernstige bedreiging betekenen. De diarree wordt vaak voorafgegaan of begeleid door andere verschijnselen. Bijvoorbeeld gewichtsverlies of -stilstand, gebrek aan eetlust, spugen en onrust. Het aantal keren ontlasting neemt voordien meestal ook toe; deze wordt dunner en gaat stinken.
Bij acute diarree kan men het beste één of twee dagen melkvoeding achterwege laten. In plaats daarvan kan een wortelsoep worden gegeven. Wortelen binden heel gemakkelijk gifstoffen. Vanaf de vierde week na de geboorte kan deze soep tijdelijk de reguliere voeding vervangen; hoelang en hoeveel men daarvan geeft is niet aan voorschriften gebonden.
De bereiding is als volgt: 60 gram wortelen (biologische kwaliteit) worden gepureerd en daaraan wordt 200 ml. water toegevoegd. Dan kort koken. Eventueel kan met wat druivensuiker de soep nog wat zoeter worden gemaakt.
Wanneer de algehele toestand verbetert, kan worden overgegaan op wortelsoep met melk. De eerste dag 2 delen wortelsoep en 1 deel melk. De tweede dag de helft wortelsoep en de helft melk.
In de regel kan vanaf de derde dag weer de gebruikelijke voeding worden gegeven.

Vanaf de vierde maand kan bij diarree, gepaard gaande met een natte, pijnlijke uitslag aan en om de anus, ongezoete bosbessensap worden gegeven. Men geeft meerdere keren per dag een theelepel in wat (eetlepel) gekookt water. Opgelet: de ontlasting zal daarna blauw tot zwart verkleuren.
Naast het voorgaande, kunnen de navolgende homeopathische middelen in aanmerking komen: Bij stinkende ontlasting met onverteerde voedselresten: Calcium carbonicum D6 (Schüßler) opgelost in wat (eetlepel) venkelthee. In het begin ieder uur en wanneer de klachten afnemen, minder vaak.

De diarree kan natuurlijk ook andere oorzaken dan flesvoeding hebben. Ook dan kunnen in alle gevallen voorgaande adviezen worden opgevolgd. Is er sprake van 'zomerdiarree' dan kan Bryonia D6 worden gegeven; eerst ieder uur 2 druppels op een eetlepel venkelthee en bij verbetering van de klachten minder vaak.

Nogmaals: diarree bij zuigelingen en kleine kinderen kan veel risico's met zich meebrengen. Wanneer ondanks behandeling als hiervoor bedoeld, verbetering uitblijft en zeker wanneer een verslechtering van de toestand intreedt, direct een arts raadplegen.

Bert Kloosterman
Tel.: 0543 565253
E-mail: info@gezondbeterworden.nl


 

 

 


Terug naar menu

Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 34e jaargang 2009, Nr. 203, bladzijde 14