
Mogelijke oorzaken van vitale depressie
Depressie en depressief zijn vaak gebruikte woorden tijdens intermenselijk contact. Men hoort nogal eens zeggen, als de blaadjes van de bomen vallen: 'Hij / zij is wat depressief.'Wat is nu het verschil tussen een echte depressie en 'wat depressief zijn'? Een echte depressie of de vitale depressie wordt gekenmerkt door de volgende symptomen:
1) De gemoedstoestand ofwel de stemming is zeer negatief. Men voelt zich niet alleen onbehaaglijk, men voelt zich diep ongelukkig. Vaak is er een walging van het leven, die zo sterk kan zijn dat er doodswensen optreden.
2) Het denken is sterk verminderd; de gedachten zijn negatief van inhoud, positief denken is er niet bij; door de denkremming komt men er zeker niet meer uit.
3) De wil om iets te ondernemen is nagenoeg verdwenen, men zit de hele dag stil, er komt geen werk meer uit de handen.
4) Minder opvallend: ook de lichamelijke functies vallen eronder.Gevaar lopen deze mensen als er doodswensen zijn. Voor een zelfmoordpoging is zowel een plan nodig als de uitvoering. Door de denkremming wordt het beramen van een plan en de uitvoering ervan bemoeilijkt doordat de wil om iets uit te voeren sterk verzwakt is.
Gevaarlijke situaties zijn wanneer de patiënt in de depressie komt of er weer uitkomt, daar de doodswensen dan sterk aanwezig kunnen zijn terwijl het denken (weer) redelijk op niveau kan zijn. In het tweede geval kan de wil om iets uit te voeren weer aanwezig zijn.Bij de echte depressie is de negatieve stemming voor gezonde mensen niet invoelbaar daar er geen enkele reden voor aanwezig is. Wanneer iemand een dierbaar persoon verliest, kan men ook wel depressief zijn - dit is dan invoelbaar - maar deze depressie is niet te vergelijken met de ernst van de vitale depressie.
Collega M. Sickesz (zij is de grondlegster van de orthomanuele therapie) vertelde mij eens dat zij ontdekt had wat de oorzaak is van de vitale depressie. Mijn eerste gedachte was: 'Die is goed gek; zij zal even vertellen wat de oorzaak is van deze depressie, iets waar iedere psychiater van droomt om te mogen ontdekken'. Echter uit haar praktijkresultaten wordt het zeer aannemelijk dat de oorzaak gezocht moet worden in een ontwrichting tussen de atlas en de draaier.
De draaier is de tweede nekwervel en heeft als enige wervel een stompe botpunt omhoog die via een gewricht in een holte van de atlas verankerd ligt, namelijk door een pezig lint, het ligamentum transversum atlantis. Na een ongeval kan de stompe botpunt ontwricht raken, het lint wordt wat uitgerekt en de botpunt beweegt iets naar voren (naar links of naar rechts). Uit de ervaringen van Sickesz blijkt dat deze ontwrichting de oorzaak moet zijn van de vitale depressie: de klachten van de depressie verdwijnen meestal aanzienlijk of geheel als zij de ontwrichting namelijk weer opheft.
Hoe kan deze toch geringe ontwrichting zo'n verschrikkelijk ziektebeeld veroorzaken?
De verklaring van Sickesz is als volgt: Tegen de nekwervels aan liggen belangrijke delen van het autonome zenuwstelsel als het ganglion (= zenuwknoop; red.) cervicale superior, medius en inferior. Zij liggen daar goed beschermd voor geweld van buitenaf; dit is nodig daar het zeer gevoelig weefsel is. Bij ontwrichtingen wordt er trek of druk op dit weefsel uitgeoefend. Daardoor wordt het in het functioneren gestoord, met als gevolg het uitzenden van verkeerde signalen. Een mogelijk effect van deze verkeerde signalen kan zijn dat de bloedverdeling in de hersenen te wensen overlaat, met als gevolg dat belangrijke hersendelen te weinig bloed (dus zuurstof en voedingsmiddelen) krijgen. Wat er nu precies gebeurt in de ganglia en hersenen weten we nog lang niet, maar een feit is dat de depressieve patiënten een aanzienlijke verbetering beleven als de ontwrichting tussen de atlas en de draaier wordt opgeheven.De klachten die depressieve patiënten hebben, moeten gezien worden als een alarmsignaal dat er iets niet in orde is in de hersenen. Met behulp van psychofarmaca gaat men in de reguliere geneeskunde deze alarmsignalen bestrijden en men spreekt dan van therapeutisch resultaat, zeker als dat voorheen met behulp van dubbelblind gerandomiseerd onderzoek werd bewezen.
De eigen stelling van de reguliere geneeskunde, dat eerst de oorzaak moet worden behandeld, wordt nu door henzelf met voeten getreden.Instructief is het volgende verslag aan mevrouw M. Sickesz van een moeder (en collega) over haar zoon:
Zoals ik u in januari 1997 reeds vertelde, was mijn zoon van een levenslustige en altijd vrolijke knul in een paar jaar veranderd in een norsige jongeman, wie alles teveel leek en dagen in bed bleef hangen, of dat althans probeerde.
Pas begin januari heeft hij mij verteld dat hij, sinds ongeveer 2,5 jaar, elke drie tot vier weken een à twee dagen lang 'alles zwart' ziet, waarbij hij het liefste alleen maar met zijn hoofd onder de dekens blijft en steeds maar huilt. Buiten deze echte 'buien' voelde hij zich vrijwel steeds somber. Hij ging steeds meer contacten met anderen mijden, omdat hij niet meer met hun lolletjes, grapjes en vrolijk praten mee kon/wilde doen (hij vertrok zelfs naar zijn kamer als zijn grootouders langskwamen met wie hij zeer goed kon opschieten). Hij had altijd een heel goed gevoel voor humor, maar ook dat was verdwenen. Verder ging hij zichzelf zeer verwaarlozen: niet meer douchen, geen schone kleren aantrekken tot letterlijk groene randen op zijn tanden toe. Hij verzorgde zich wel als er aanmerkingen op gemaakt werden, maar alleen onder redelijke grote dwang.Lang voordat ik dit van mijn (op kamers studerende) zoon wist, had u mij eens verteld dat u succes had bij de behandeling van scheefstaande hoge nekwervels bij personen met bepaalde psychologische afwijkingen zoals schizofrenie, manische depressiviteit, autisme, etc.
Toen het mij en mijn zoon zelf duidelijk werd dat hij dringend behandeling nodig had, heeft hij zich wel alvast op de wachtlijst van Adolescentenhulp / RIAGG laten plaatsen, maar ook wilde hij graag dat u eerst naar zijn nek zou kijken. Ik had hem dat aangeraden onder het motto: baat het niet, het schaadt zeker niet.De bewuste nekwervels stonden inderdaad niet op hun plaats. Dit kan zowel veroorzaakt zijn door een val van zijn fiets direct op zijn hoofd toen hij circa 12 jaar oud was, maar wellicht ook door een arts die hem wat vitamines voorschreef en onverhoeds van achteren met een 'kraakbeweging' ook even zijn nek recht(?) zette. Feit is dat (achteraf gezien) na dit laatste bezoek de klachten zijn begonnen.
U heeft hem drie keer behandeld met het volgende resultaat.
De depressieve buien zijn niet meer teruggekomen. Hij voelt zich veel minder somber, in de eerste paar weken nog niet zo erg, maar het wordt beter en beter en hij denkt dat hij alweer normaal is.
Ik en met mij het hele gezin zijn verbaasd (en zeer verheugd) over de verandering die hij heeft ondergaan, zowel qua opgewektheid als qua behulpzaamheid, initiatief, het weer uithalen van zijn practical jokes en vooral ook de terugkeer van zijn gevoel voor humor.
Hij verzorgt zich weer als vanouds (behalve het scheren maar dat schijnt 'in' te zijn) en trekt zich ook niet meer terug.
Derden (die nergens van wisten want hij geneerde zich erg) vertellen spontaan dat hij 'zo is opgeknapt' en dat hij 'gelukkig weer die vrolijke leuke knul van vroeger wordt'.P.S. mevrouw Sickesz:
Tijdens een telefoongesprek ruim vijf jaar na het schrijven van dit verslag met de moeder, vertelde ze mij dat het uitstekend gaat met haar zoon en dat deze op het punt staat zijn studie te voltooien.
Reeds in nummer 186 van dit blad (nov./dec. 2006 - pag. 30) schreef ik over een congres in Wenen waar als resultaat van een internationaal onderzoek onder psychiaters voorspeld werd dat in 2020 depressiviteit de voornaamste ziekte zal zijn. Verder geven de psychiaters toe dat hun behandelwijze onvoldoende effect heeft en dat betere antidepressiva nodig zijn. Van functiestoornissen van het autonoom zenuwstelsel hebben zij nog nooit gehoord. Wanneer orthomanipulatie volgens de methode Sickesz eenmaal is ingeburgerd, zal het vak psychiatrie zwaar aan betekenis inboeten en zullen de psychiaters tevens orthomanueel therapeut moeten worden, als zij hun patiënten adequaat willen kunnen behandelen. Dan zullen ze in de leer moeten gaan bij artsen die zij nu nog als alternatief zien. Dat is voor hen de wereld op zijn kop zetten.
Jan A. van den Ende, arts
Terug naar menu
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 34e jaargang 2009, Nr. 201, bladzijde 6