
Ontgiften en ontslakken
Ontgiften en ontslakken zijn vooral natuurgeneeskundige begrippen. Het is een
onderwerp dat naadloos aansluit bij het artikel over het
basisbioregulatiesysteem (BBRS) in DNUA 197 van sept./okt. 2008 - pag.6. Zij
hebben namelijk betrekking op het zich ontdoen van meer of minder schadelijke
stoffen, die primair voorkomen in het interstitium, het bindweefsel tussen de
cellen. Het vasthouden ervan in het interstitium is een slimme manier van het
lichaam om de cellen zo lang mogelijk te beschermen tegen schadelijke invloeden.
De begrippen ontgiften en ontslakken worden door elkaar gebruikt. Ontgiften doet
eerder denken aan 'echte' gifstoffen, die het lichaam kwijt moet zoals
bijvoorbeeld 'rattengif', het bekende arsenicum, kwik, enzovoort. Ontslakken
wordt meer gebruikt voor bijvoorbeeld lichaamseigen (afval)stoffen die niet
voldoende kunnen worden uitgescheiden doordat er teveel van is of doordat de
uitscheidingsorganen niet meer voldoende presteren. Overtollige vetophopingen
zouden als 'slakken' kunnen worden getypeerd. Een ander voorbeeld zijn de
kristallen die te vinden zijn bij overtollig urinezuur, bekend als jicht.
Galstenen, nier- en blaasstenen zijn eveneens voorbeelden van slakken.
Of een stof voor ons giftig is, hangt af van de dosis, van de hoeveelheid die in
ons lichaam voorkomt. Hierna wordt alleen nog het meest gehoorde begrip
'ontgiften' gebruikt.
Onvoldoende uitscheiding van gifstoffen is op den duur niet verenigbaar met het
leven. Spontane herstelprocessen in het lichaam kunnen in ieder geval worden
geblokkeerd en natuurgeneeskundige interventies kunnen zonder resultaat blijven.
Helaas wordt daarmee bij natuurgeneeskundige behandelingen nog te vaak geen
rekening gehouden; daardoor leiden deze dan in de regel tot teleurstellingen
voor de therapeut en in het bijzonder voor de patiënt. Dit houdt verband met
onvoldoende aandacht voor en kennis van het basisbioregulatiesysteem.
Gifstoffen moeten worden uitgescheiden en daarom zullen de uitscheidingsorganen
hier aan de orde moeten komen.
In vroeger tijden al werden ziekten vooral verklaard als verstoring van het
interne milieu en daarbij werd vooral gedoeld op het interstitium, de substantie
tussen de cellen. Behandeling van ziekten was vooral gericht op het reinigen van
het lichaam door het bevorderen van de uitscheiding van schadelijke stoffen. Uit
het eerder genoemde artikel over het BBRS blijkt het belang van dit grootste
orgaan voor de meeste lichaamsprocessen. Dit systeem is niet weg te denken en
door de toenemende belasting ervan verdient het meer dan ooit aandacht; het is
onbegrijpelijk dat wordt gedaan alsof het niet bestaat of alsof het een
hersenspinsel is. De toenemende belasting wordt in het bijzonder veroorzaakt
door het externe milieu met zijn vele schadelijke stoffen die langs alle
mogelijke wegen ons lichaam binnenkomen. De uitscheidingsorganen zijn op een
bepaald moment niet meer in staat om al deze stoffen onschadelijk te maken en
uit te scheiden. Er zit dan niets anders op dan ze op te slaan; dit gebeurt
vooral in het interstitium en het vetweefsel. De uitwisseling van zuurstof /
voedingsstoffen en de resten van de verbranding vanuit de cellen wordt steeds
moeilijker door de stagnatie die de opgeslagen resten veroorzaken. De
voorwaarden voor chronische aandoeningen zijn daarmee geschapen, chronische
aandoeningen die vaak niet reageren op natuurgeneeskundige behandelingen omdat
het lichaam als het ware 'op slot' zit. Tenslotte verstikken de cellen als het
ware en kunnen vervolgens ontaarden en tot kankercellen worden.
Het basisbioregulatiesysteem regelt vele functies en moet zorgen voor een
evenwicht op diverse gebieden. Bij het laatste valt te denken aan de balans
'zuren en basen', die meestal doorslaat in de richting van 'verzuring'. Een
verscheidenheid aan klachten en aandoeningen kan het gevolg zijn van een
ontregeld systeem. Om met succes te kunnen behandelen is het van belang dat als
eerste het milieu in het lichaam wordt hersteld door het uitschakelen en
uitscheiden van schadelijke stoffen. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van de
navolgende uitscheidingsorganen:
• De lever. Het is het grootste stofwisselings- en ontgiftingsorgaan. Vrijwel
alle schadelijke stoffen passeren de lever via de bloedbaan. De lever moet
zodoende in een goede conditie zijn.
• De nieren. Deze hebben betekenis voor de water- en zouthuishouding en zodoende
ook voor het interstitium. Scheiden de nieren bijvoorbeeld niet voldoende vocht
uit, dan is dat te zien aan de ophoping ervan in, meestal, de benen (oedeem). De
nieren spelen ook een heel belangrijke rol bij het evenwicht 'zuren en basen'.
Zij zorgen verder voor de uitscheiding van urinezuren en van glucose wanneer bij
diabetes het bloedsuikergehalte te hoog wordt.
• De darmen. Deze scheiden onder meer onverteerde voedselresten uit. Het is van
belang om dagelijks ontlasting te lozen, te weten 's morgens vrij kort na het
opstaan; dit in verband met de biologische klok die tussen 5 en 7 uur 's morgens
het ontlasten van de dikke darm aangeeft. Gebeurt dit niet tijdig, dan kan de
ontlasting verder worden ingedikt. Dat kan op den duur obstipatie veroorzaken.
• De lymfebanen. Het gaat hier om een drainagesysteem dat begint in het
interstitium en dat van daaruit ongewenste stoffen kan afvoeren. Daarvoor is een
intact en goed stromend systeem noodzakelijk.
• De longen. Behalve de opname van zuurstof, verzorgen de longen de uitscheiding
van gasvormige stoffen. De belangrijkste zijn koolstofdioxide, het koolzuurgas,
ammoniak en alcohol.
• De slijmvliezen. Deze bekleden de organen van binnen, scheiden vloeibare en
meer of minder vaste stoffen uit.
• De huid. Naast de slijmvliezen ondersteunt de huid eveneens de uitscheiding
door middel van verdamping, transpiratie en soms door huiduitslag.
Onderstaand volgen maatregelen om het proces van ontgiften te stimuleren;
behandelingen ter ontgifting die in de natuurgeneeskundige praktijk plaatsvinden
zijn hier achterwege gelaten.
Algemene maatregelen kunnen zijn: vasten, baden en sauna. Een mogelijke indeling
voor vasten is 'watervasten', 'sapvasten' en 'avondvasten'. Bij watervasten
wordt alleen gebruik gemaakt van water en verder niets. Sapvasten gebeurt met
uitsluitend water, vruchtensappen en groentesappen. Vast voedsel wordt dus,
evenals bij het watervasten, in het geheel niet gebruikt. Bij het avondvasten
wordt na het middagmaal, geen vast voedsel meer gegeten. Alleen dranken worden
dan nog genuttigd. Vastenkuren vinden vaak plaats in het voor- en/of najaar.
Wanneer daartoe in een andere periode aanleiding is, kan ook dan worden gevast.
Het is ook mogelijk om met een zekere regelmaat één of meerdere dagen per week
te vasten. Het is verstandig om het langdurige, intense vasten onder begeleiding
van een deskundige te doen. In ieder geval dient dan van tevoren een
natuurgeneeskundig arts of therapeut te worden geraadpleegd.
Voor het baden kunnen diverse toevoegingen, bijvoorbeeld op basis van kruiden,
worden gebruikt. Verder is het mogelijk om een volledig bad of een deelbad te
nemen zoals voetbaden, armbaden en dergelijke. Tijdens en na het baden kan de
huid worden geborsteld of gescrubd om de doorbloeding en uitscheiding te
bevorderen. Huid en slijmvliezen profiteren van deze algemene maatregelen.
Interstitium en lymfe
De hiervoor genoemde maatregelen hebben een positieve invloed op onder meer het
interstitium en de lymfestroom; ze zijn daardoor niet alleen algemeen maar ook
diepgaand. Immers: vanuit het interstitium en via de lymfe- en bloedbanen moeten
de overbodige stoffen worden afgevoerd naar de uitscheidingsorganen. Dit proces
kan worden ondersteund door natuurlijke complexmiddelen zoals Lymphomyosot,
Lymfe Drain en Lymphdiaral. Tevens kunnen lymfemassages worden doorgevoerd. Dit
moet door een deskundige gebeuren, anders is het middel erger dan de kwaal.
De lever
Om de belangrijke functie van de lever te ondersteunen, kan gebruik worden
gemaakt van 'lever/galthee' of van complexmiddelen voor de lever. Ze bevatten
meerdere voor de lever belangrijke stoffen. Verder kunnen leverwikkels worden
aangelegd. Voor een leverwikkel neemt men een katoenen of linnen doek die in
warm water wordt gedrenkt en na uitwringen op de leverstreek wordt gelegd. Deze
vochtige doek wordt afgedekt met een badlaken dat als een sluitlaken met
veiligheidsspelden om het lichaam wordt bevestigd. De wikkel blijft enkele uren
zitten. De leverwikkel wordt bij voorkeur 's avonds voor het slapengaan
aangelegd omdat volgens de biologische klok 's nachts de 'levertijd' aanbreekt.
Aan het warme water kunnen levermiddelen worden toegevoegd zoals lever/galthee
of een complexpreparaat bestemd voor de lever.
De nieren
Voor de nieren is belangrijk dat tijdens een ontgiftingskuur voldoende wordt
gedronken. De functie van de nieren kan worden gestimuleerd door middel van een
'nier- blaasthee' of door complexmiddelen voor nieren en blaas.
De darmen
De darmen kunnen worden gebruikt voor het ontgiften door middel van mild(!)
werkende laxeermiddelen en/of door klysma's. De vloeistof van het klysma moet
zover mogelijk doordringen in de darmen. De knie/ellebooghouding tijdens het
inbrengen is daarom de beste. De vloeistof moet ook zo lang mogelijk in de
darmen blijven. Een bijzonder soort is de koffieklysma. Deze heeft een uiterst
stimulerende werking op de lever en ontgift het lichaam zeer subtiel. Lever- en
darmpatiënten kunnen deze klysma's als zeer weldadig ervaren terwijl ook pijnen
vaak minder worden of verdwijnen.
De longen
Heel goed voor de longfunctie is de 'Buteyko-methode' die is gebaseerd op het
rustig en minder ademen en die in eerdere uitgaven van DNUA (nr. 196 / pag. 8 en
nr. 197 / pag. 29) is beschreven. In tegenstelling tot het goed en diep
doorademen wat meestal wordt gepropageerd, heeft het oppervlakkig ademen een
meer positieve invloed op de gezondheid.
Bert Kloosterman
Telefoon: 0543 565253
info@gezondbeterworden.nl
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 33e jaargang 2008, Nr. 198, bladzijde 7