Moerman/Houtsmuller en de huidige NTTT

 

In dit artikel worden de Moerman- resp. Houtsmullertherapie (M/H) vergeleken met de huidige stand van zaken op het gebied van biologische (niet toxische) tumortherapie (NTTT).
 
In de dieetlijsten van M/H en die van de NTTT zitten een aantal overeenkomsten: veel groenten en fruit; volkoren producten: bruine rijst, volkoren brood; peulvruchten; karnemelk; groentesappen; geen suiker en suikerproducten; geen vlees of vleesproducten; geen melk.
Er zijn echter ook verschillen. Thans is het gebruik van zuiver water toegestaan. Ook vette vis is toegestaan. Roomboter is uitgebreid met olijfolie: om te roerbakken en op brood. Er wordt nu (met name groene) thee geadviseerd en koffie is met mate toegestaan, evenals gefermenteerde sojaproducten.
De crucifere groenten (= kruisbloemingen; red.) als broccoli, bloemkool, spruitjes en waterkers staan in de belangstelling. Een glaasje (eko) rode wijn bij de warme maaltijd is geen probleem. Ook gematigd verblijf in de zon, met name wandelen en tuinieren, zijn in het algemeen toegestaan. Op het menu staan (biologische) biogarde en yomio. Kort samengevat wordt een mediterraan/aziatisch voedingspatroon geadviseerd.

Spontane remissies

Het fenomeen van spontane remissies - dus de afname van de aandoening of van het aantal gevallen - is in het kader van dit artikel vermeldenswaard. Eén van de goeroes in de alternatieve geneeskunde, dokter Larry Dossey, signaleerde eens dat het sterftepercentage daalt in het zeldzame geval dat artsen in staking gaan. Hij onderstreept met deze opmerking de buitengewoon hoge iatrogenese, dus het ziek worden door het handelen van de dokter of door hetgeen hij voorschrijft. Het tv-programma Zembla meldde vorig jaar 250 ziekenhuisopnames per week om deze reden; 10 patiënten daarvan zullen zelfs overlijden. Een agressieve therapie die nauwelijks uitzicht geeft op genezing geeft dan ook te denken.

Spontane remissie bij diabetici is frequent beschreven; 19% van de gevallen van kanker aan de urinewegen en geslachtsorganen geneest spontaan.
Het Institute of Noetic Sciences (IONS), opgericht in 1973, verzamelde een groot aantal van deze mysterieuze remissies. De kankervormen die volgens hen het meest frequent reageren op koorts zijn: leukemie, bot- en bindweefseltumoren en maligne melanomen.
 
Sinds de psycho-neuro-immunologie zich als nieuwe wetenschap heeft geprofileerd, wordt aangenomen dat er sterke verbanden bestaan tussen de hersenen en het immuunsysteem; deze kunnen verklaren hoe emoties en gedachten het lichaam beïnvloeden.
Grote veranderingen in de levenshouding van de patiënt kunnen daarbij een rol spelen, zoals het loslaten van negatieve emoties als haat en angst. Lawrence LeShan heeft een aantal gevallen beschreven van ernstig zieken die na het bewust worden en verwerken van een ernstig jeugdtrauma, tegen de verwachting in van de behandelende dokters, volledig herstelden. Kennelijk kunnen de uitgeputte immunologische verdedigingsmechanismen, zoals de NK-cellen, zich weer herstellen via het vrijmaken van deze geestelijke blokkades (NK, ofwel Natural Killer-cellen bestrijden de kankercellen; red.).
Een recent Canadees onderzoek betreft kankerpatiënten in een vergevorderd stadium die dagelijks meditatie en mentale imaginatie of visualiseren hadden beoefend. Bij de follow-up zeven jaar later had één vijfde van deze patiëntengroep volledige remissie bereikt, aldus het verslag in M.D. (Medisch Dossier) van 2006 nr 4.
Een andere conclusie is dat artsen geen doodvonnis mogen uitspreken ook al ziet de situatie van een patiënt er nog zo hopeloos uit; niemand kan immers voorspellen wie er zal overleven en wie niet.

Voedingsadviezen

De huidige voedingsadviezen vinden voor een deel hun basis - althans wat groenten en fruit betreft - in het feit dat ze o.a. isoflavonen en lignanen bevatten (antioxidanten).
 
Isoflavonen komen vooral voor in soja (o.a. genisteïne, daidzeïne); soja behoort tot de peulvruchten. Isoflavonen lijken met hun structuurformule op oestrogenen en behoren tot de familie van de fyto-oestrogenen. Deze verbindingen verlagen de kans op colorectale kanker (= dikkedarmkanker; red.), maar ook op hormoongevoelige borst- en prostaatkanker.
Studies bij Aziatische vrouwen suggereren een beschermend effect van een voedingspatroon dat rijk is aan gefermenteerde sojaproducten. De inwerking van de fyto-oestrogenen moet dan wel vroeg in het leven van de vrouw plaats vinden, liefst al vóór de puberteit; bij Aziatische vrouwen die naar de VS geëmigreerd zijn, doet zich pas in de tweede generatie verlies van de bescherming voor.
De 'Million Women study' toonde aan dat pilgebruik en hormoonsubstitutie in de postmenopauzale (= na de menopauze) periode veel kwaad heeft aangericht.
In de VS komt borstkanker het meest voor: jaarlijks 104 nieuwe gevallen per 100.000. In China zijn die het laagst: 9,5 per 100.000. Opvallend is dat vrouwen in Azië moeiteloos de menopauze doorglijden, zonder opvliegers of andere ongemakken als osteoporose. Het Japans kent zelfs geen woord voor 'menopauze'!
Isoflavonen werken in op de borstklier, waardoor agressieve oestrogenen in het lichaam van de vrouw - maar ook xeno-oestrogenen (dioxines, pesticiden, etc.) - geremd worden in hun kankerverwekkende invloed op de borstklier. Ook bezitten isoflavonen angiogenese-remming; ze blokkeren dus de nieuwvorming van bloedvaatjes door de tumor. Bovendien induceren ze celdifferentiatie, apoptose (geprogrammeerde celdood) en remming van een belangrijk enzym (dioxine kinase) waardoor groeiremming van de tumorcel optreedt.
Ook hop bevat veel actieve fyto-oestrogenen met name de xanthohumol.
 
Lignanen zijn ook belangrijke fyto-oestrogenen.
Ook de consumptie van lignaanrijke vlaszaadolie induceert bij de vrouw een gunstige oestrogeenverhouding ten gunste van de minst agressieve oestrogenen. Entero-lignanen worden in de darm aangetroffen als fermentatieproduct onder invloed van de darmflora.
De lignanen krijgt men binnen via consumptie van granen (roggezemelen behoren tot de rijkste bron van lignanen), zaden, noten, groenten en fruit.
Zij hebben niet alleen invloed op een gunstig oestrogeenniveau, ze verlengen ook de menstruele cyclus, met name het tweede deel van de cyclus (luteale fase). Daardoor is de blootstelling aan oestrogenen, die vooral gedurende de eerste (folliculaire) fase hoog zijn, verkort. De groeisnelheid van borstkankercellen is driemaal hoger tijdens de eerste fase van de cyclus (meer invloed van oestrogenen) dan tijdens de tweede, luteale fase.
Vrouwen met borstkanker die geopereerd worden tijdens de luteale fase (de tweede helft van de menstruele cyclus) hebben een langere overlevingsduur dan degenen die de ingreep ondergaan gedurende de folliculaire fase (eerste helft van de menstruele cyclus met hogere blootstelling aan oestrogenen).
Lignanen spelen een rol bij de preventie van borst-, ovarium-, baarmoeder- en dikkedarmkanker.
 
Salvestrolen, recent ontdekt, zijn een bijzondere soort flavonoïden.
Veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan door Dan Burke rond de enzymen van P-450, kortweg CYP's genaamd. Deze verbindingen komen vooral in de lever voor, waar ze stoffen die giftig zijn voor ons lichaam omzetten in bijvoorbeeld wateroplosbare stoffen; deze kunnen dan via de nieren het lichaam verlaten.
Zijn werk werd pas echt interessant toen hij ontdekte dat er een heel speciaal enzym specifiek en alleen in tumorcellen voorkwam. Hij noemde dit cytochroom CYP1B1. Door samenwerking met een andere wetenschapper Dr. Gerry Potter werd een verbinding gevonden die als een sleutel-slot relatie paste op dit CYP1B1 en werd bekend als DMU-135. Dit middel blijkt een krachtige tyrosinekinase-remmer (deze doden de tumorcel); het is inmiddels gepatenteerd en is nu in ontwikkeling als antikankermiddel.
Andere natuurlijke tyrosinekinase-remmers zijn: resveratrol, curcumine, quercetine en genisteïne.
Een flavonoïde met een soortgelijke structuur als de salvestrolen was echter al bekend (afkomstig uit het schilletje van blauwe druiven): resveratrol. Het CYP1B1 zet het resveratrol dus om in een tumordodende verbinding; het lijkt op het verhaal van het binnenhalen van het paard van Troje, ditmaal door de tumorcel.
De salvestrolen komen voor in groenten en fruit die niet zijn bespoten tegen schimmels. Planten maken zelf de salvestrolen aan om zich te beschermen tegen schimmels; dit pleit sterk voor het gebruik van eko, onbespoten groenten.
Belangrijk is verder dat de salvestrolen hittebestendig zijn, ze kunnen dus gekookt worden. Echter, pas op dat ze niet worden weggegooid met het kookwater. Stomen dus!
 
Er zou een nieuw dieet geïntroduceerd kunnen worden: het 'stenen tijdperk'-dieet. Vlees van wild, in minimale hoeveelheden, zonder hormonale restanten en andere chemische stoffen en onbespoten groenten en fruit. Zo was het honderdduizenden jaren geleden. Onze genen waren daaraan gewend. Onze genen zijn echter niet opgewassen tegen het veranderde knutselvoedsel van onze moderne tijd. In Ortho 2006, nummer 5 heeft dr. G.E. Schuitemaker daar een artikel aan gewijd.
 
Nutrigenomics

Het een en ander heeft geleid tot een nieuwe wetenschap, Nutrigenomics. Dat wil zeggen ziekten voorkomen met voeding. Of ook wel studie van de interactie met onze genen tussen voedingscomponenten en hun stofwisselingsproducten. Ieder individu heeft zijn eigen genetische basis, en daarmee zijn zeer individuele behoefte aan voedingscomponenten voor een optimale stofwisseling. Dat houdt ook in: voorzichtig met monotherapie! Veralgemeende foliumzuurverrijking in voedingsmiddelen, bijvoorbeeld, blijkt te leiden tot een toename van het aantal gevallen van darmkanker.

Effecten
 
Onderstaand enkele voorbeelden van de invloed van voedsel op onze gezondheid (de bronvermeldingen zijn daarbij weggelaten; red.):
• Post-/menopauzale vrouwen met de grootste totale flavonoideninname hebben 45% minder kans op borstkanker.
• Het drinken van kraanwater kan mogelijk het risico van blaaskanker verhogen. Bij toenemend gebruik van kraanwater werd ook een toename van blaaskanker bij mannen gevonden. Voor vrouwen werd geen verband gevonden. Kankerverwekkende stoffen in het kraanwater zijn dus mogelijk. 
• Met kunstmatige zoetstof wordt men sneller dronken!
• Vitamine D vermindert de kans om aan kanker te overlijden bij mannen; 45% zelfs voor zover het kanker betreft van het maagdarmkanaal.
• De seleniumconcentratie in het bloed is omgekeerd gecorreleerd met blaaskanker.
• Rokende ouders verhogen het kankerrisico van kinderen, met name kleine kinderen tot circa 7 jaar.
• Curcumine en quercetine verminderen sterk de (familiale) vorming van bepaalde poliepen in de darm. De afname in aantal is 60% en de afname in grootte 50%.
• Borstkanker heeft een relatie met kleutervoeding.
• Het eten van friet bleek het risico van borstkanker aanzienlijk te verhogen; met iedere portie friet per week nam het risico met 27% toe.
• Het risico op borstkanker is door voldoende vitamine D in de jeugd fors lager. Dit bleek het laagst wanneer er in de jeugd een grote inname van vitamine D was, bijvoorbeeld in de vorm van levertraan of van melk, of wanneer er aanzienlijke blootstelling aan zonlicht was geweest.
• Negen glazen melk in de week betekende een afname van 35%.

 
Tot slot

Tenslotte wil ik u attenderen op het zojuist in het Nederlands vertaalde boek: ' Eten tegen kanker'. Er zijn nogal wat boekwerken verschenen over dit onderwerp. Wat dit boek o.a. zo bijzonder maakt is dat het is geschreven door twee Canadese, alom gerespecteerde, reguliere oncologen.
Er bestaan veel overeenkomsten met de richtlijnen van het Moerman/Houtsmullerdieet, hoe kan het ook anders! Het is een overzichtelijk en duidelijk geschreven boek; opvallend is dat de schrijvers het belang van goede voeding doorslaggevend vinden en er meer belang aan toekennen dan aan het gebruik van supplementen. Ook bijzonder vind ik dat zij het accent minder op vitaminen, mineralen en antioxidanten leggen maar vooral op 'nutricijnen', chemische verbindingen die in vele diversiteiten voorkomen in onze voeding.
Voorbeeld: resveratrol in druiven zou voornamelijk werkzaam zijn tegen kanker (van het begin tot het eindstadium van de ontwikkeling van de kankercel) als de druiven als geheel geconsumeerd worden; resveratrol (extract) in capsules zou praktisch onwerkzaam zijn.
Ik wil u dit boek met klem adviseren.
 
Bob Th. Hornstra, arts


Terug naar menu

Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 32e jaargang 2007, Nr. 192, bladzijde 20