
Dat levende cellen en organismen elektrische velden in zich en
om zich heen hebben, is al lang bekend. Dit gegeven vindt al ruim een halve eeuw
toepassing in de geneeskunde. Te denken valt aan het elektrocardiogram; in de
volksmond het 'hartfilmpje' genoemd. Verder kennen we ook het EEG
(elektro-encefalogram) van de hersenen en andere onderzoeken, waarbij gebruik
wordt gemaakt van elektriciteit dat door het lichaam stroomt. Elektriciteit
wordt eveneens toegepast bij de behandeling van bepaalde aandoeningen. De meest
bekende toepassingen zijn het defibrilleren bij patiënten van wie het hart 'op
hol is geslagen' en het reanimeren bij een hartstilstand door middel van
elektrische stroomstoten.
Elektrische velden zijn eigenlijk elektromagnetische velden. Binnen bepaalde
velden kunnen elektrische prikkels overspringen. Ze kunnen contact maken of
botsen. In het eerste geval stroomt de elektriciteit, in het tweede geval is er
sprake van kortsluiting. Een elektromagnetisch veld wordt voor het blote oog
zichtbaar door middel van bijvoorbeeld een brandende lamp. Hoewel niemand kan
verklaren wat elektriciteit precies is, kunnen we de uitwerking ervan wel
waarnemen. We hoeven ook niet altijd een stroomdraad aan te pakken om
elektriciteit te voelen. Iedereen voelt soms 'stroom' bij het aanpakken van een
metalen voorwerp of zelfs wel eens wanneer we iemand anders een hand geven.
Hiervóór hebben we gezien, dat een elektromagnetisch veld zich kan manifesteren
als licht. Deeltjes licht noemen we fotonen. In de jaren twintig wees de
Russische bioloog en onderzoeker Gurwitsch er voor het eerst op dat ook cellen
licht uitzenden. Licht dat niet met het blote oog kan worden waargenomen en dat
alles te maken zou hebben met fysiologische en biologische processen zoals de
instandhouding en deling van cellen. Gurwitsch noemde het licht 'mitogenetische
straling'. Lange tijd werd aan dit verschijnsel verder weinig aandacht besteed.
Door verfijning van instrumenten ontstond er opnieuw belangstelling van de kant
van de wetenschap. In het bijzonder de Duitse professor Fritz-Albert Popp heeft
in de zeventiger jaren de veronderstellingen van Gurwitsch kunnen onderbouwen.
Niet alleen de cellen van planten, maar ook van dieren en mensen bleken
inderdaad licht uit te stralen. Popp heeft door een van zijn studenten een
fotonenversterker laten ontwikkelen waarmee gemeten kan worden hoeveel fotonen
worden uitgezonden door cellen. De fotonen die worden voortgebracht door levende
organismen noemde Popp 'biofotonen'. Popp en andere wetenschappers gaan ervan
uit, dat biofotonen mogelijk de sleutel vormen tot het begrijpen van de enorme
snelheid waarmee de informatieoverdracht in de cellen zelf en tussen cellen
plaatsvindt. Een informatieoverdracht die nodig is voor onder meer de
stofwisseling, het ontstaan, de differentiatie, groei, afbraak en herstel van
cellen.
De kennis over de elektromagnetische velden en biofotonen doet de vraag herleven
of en in hoeverre deze ook te maken hebben met de communicatie tussen de
verschillende levende wezens. Of en in hoeverre onzichtbare energievelden (bio-elektrische
velden) hen met elkaar verbinden. Tegelijkertijd moeten we ons afvragen welke
nadelige invloeden bio-elektrische velden kunnen ondergaan van kunstmatige
elektromagnetische velden zoals we die kennen van de hoogspanningskabels, radio
en televisiestations, mobiele telefoon, magnetron, enzovoort. In een volgend
artikel zal op dit onderwerp nader worden ingegaan. Een uitzondering wil ik
maken voor de mobiele telefoon, die - vooral door mannen - vaak in de buurt van
het hart wordt gedragen. Dit moet ten sterkste worden afgeraden omdat de
elektrische stromen van het hart (denk aan elektrocardiogram) ontregeld kunnen
worden door het elektromagnetische veld van de telefoon. Mensen met een
pacemaker worden nu altijd al daarvoor gewaarschuwd. Houd de telefoon steeds
zoveel mogelijk ver van het lijf. Ook al wordt dit - veelal om commerciële
redenen - tegengesproken, neem gewoon het zekere voor het onzekere!
Aangenomen wordt, dat biofotonen via ons elektromagnetisch veld mogelijk toegang
geven tot ook andere dimensies. De deeltjes zijn niet plaats- en tijdgebonden en
in staat om in verschillende dimensies en met deeltjes uit het verleden en de
toekomst te reageren. Zo deed Amit Goswami een proef met twee personen die enige
tijd met elkaar in contact werden gebracht tot ze voelden dat ze een zekere band
hadden opgebouwd. Vervolgens werden ze van elkaar geïsoleerd en afgeschermd voor
alle conventionele elektromagnetische signalen. Een van hen werd blootgesteld
aan een sterke lichtflits die een duidelijk meetbare potentiaal op het EEG
veroorzaakte. Een vergelijkbaar signaal werd waargenomen in de hersenactiviteit
van de andere proefpersoon. Dit experiment leert ons dat een daadwerkelijke
interactie tussen mensen niet gebonden is aan waar en op welke afstand van
elkaar zij zich bevinden. Er valt op dit gebied nog veel te onderzoeken en te
ontdekken.
De kennis over biofotonen heeft er mede toe aanleiding gegeven na te gaan of
deze bruikbaar is binnen de geneeskunde. De Nederlander Boswinkel werkte aan
mogelijkheden om de afgifte van licht door menselijke cellen te meten, te
analyseren en te gebruiken voor behandeling. De in Zwitserland wonende
Nederlander houdt zich al bijna 20 jaar bezig met de genezende effecten van
biofotonen. Hij ontwikkelde het fotoncoherentie-apparaat. Daarmee meet hij waar
in het lichaam storingen kunnen zitten en vervolgens tracht hij deze te
corrigeren. De basis van de theorie van Boswinkel is het gegeven dat licht
geordend, maar ook chaotisch kan zijn. Is het licht geordend, dan is men gezond.
Is het licht chaotisch, dan is men vatbaar voor ziektes. Volgens de theorie van
Boswinkel straalt een gezond persoon biofotonen uit die zodanig gelijkgericht
zijn, dat ze lijken op een laserstraal. Deze lichtbundel zou het lichaam
weerbaar maken tegen alle mogelijke aandoeningen en ook tegen micro-organismen,
zoals bacteriën en virussen. Neemt de weerstand af, dan wordt dat 'zichtbaar'
doordat de lichtbundel geen gelijkgerichte 'stralen' meer vertoont. Met het
fotoncoherentie-apparaat wordt de lichtbundel hersteld.
In Nederland (in Enschede) wordt behandeld met biofotonen. Hoewel de theorie en
de praktijk ten minste het voordeel van de twijfel verdienen, blijven er, na
informatie, toch een aantal vragen onbeantwoord. De meting die voorafgaat aan de
behandeling is die volgens de elektro-acupunctuur. Er worden dus geen biofotonen
gemeten, terwijl men op basis daarvan wel met biofotonen beoogt te behandelen.
Men beroept zich verder op de theorie van professor Popp, maar tegelijkertijd
wordt gesteld dat de meting volgens Popp een kwantitatieve is en geen
kwalitatieve. Het bewijs, dat inderdaad wordt behandeld met biofotonen, berust
op het feit dat gewerkt wordt met glazen elektroden en glasvezelkabels die
alleen licht zouden doorlaten. De meting van het effect gebeurt echter wederom
niet via biofotonen, maar volgens de elektro-acupunctuur. Op de vraag wat nu het
verschil is tussen de therapie met biofotonen en met bioresonantie, die ook op
eenzelfde wijze werkt, kon geen duidelijk antwoord worden verkregen. Hoe dan
ook, de uitspraak 'wie geneest, heeft gelijk' is mogelijk ook hier van
toepassing.
Een waarschuwing lijkt hier wel op zijn plaats. De uitspraak 'meten is weten' is
niet algemeen van toepassing voor de geneeskunde, noch voor de reguliere, noch
voor de natuurgeneeskunde. Apparaten zijn slechts hulpmiddelen waarmee alleen
goede resultaten kunnen worden geboekt wanneer deze worden gebruikt door mensen
met veel kennis, vaardigheden, ervaring en voldoende intuïtie. Dure apparaten
worden soms te gemakkelijk aan de 'man' gebracht en zonder veel voorkennis
toegepast.
Bert Kloosterman
Telefoon: 0543 565253
E-mail:info@gezondbeterworden.nl