De arts in de oude en nieuwe samenleving (deel 2)

Is de waarheidsgetrouwheid van de eed op Hippocrates, welke alle artsen bij het behalen van de artsenbul afleggen, bij ons misschien nader tot waarheid dan die der vele zogenoemde kritische medische wetenschappers die ook deze eed afleggen?
Hippocrates geldt als de stichter van de moderne geneeskunde, welke ziekten ziet als het gevolg van binnenwereldse oorzaken. Hij is de grondlegger van het causaal-wetenschappelijk medisch onderzoek. Hij leefde van 460-377 v.Chr. en doorbrak met zijn houding het primitief-magisch denken in de geneeskunde. Een citaat van Hippocrates kan dit verduidelijken: 'Voor alles wat er gebeurt, vindt men een oorzaak. Bij het bestaan van een oorzaak heeft klaarblijkelijk het toeval geen reden van bestaan, hoogstens een naam. De geneeskunst bestaat klaarblijkelijk in de vraag naar de oorzaken en in het vooruitzien, en hierin zal zij altijd bestaan.'

De methode van onderzoek

Wij werpen hier een blik op de wetenschap. Elke jonge wetenschap krijgt op een gegeven ogenblik behoefte om zich te bezinnen op haar methode. In het woord methode zit het Griekse woord hodos, dat 'weg' betekent. Men kan de bezinning op de methode daarom karakteriseren als de reflectie op de weg, waarlangs een wetenschap het beste haar doel bereiken kan. Ja, men moet zeggen dat eerst op grond van een duidelijke doelstelling zinnig over de methode kan worden gesproken.
Een wetenschap kan uit verschillende behoeften ontstaan. Nieuwsgierigheid (hoe de dingen in elkaar zitten en verklaard kunnen worden) paart zich aan de behoefte bepaalde processen op gang te brengen of eventueel te voorkomen; daardoor kan in het algemeen de werkelijkheid waarin wij staan goed worden beheerst. Het is duidelijk, dat wanneer men zich over de behoeften klaarheid heeft verschaft, de doelstelling ook kan worden geformuleerd en een gesprek over de methode mogelijk wordt.

Veelheid aan doelstellingen vaak het moeilijke punt

Uit welke behoeften is de natuurgeneeskunde ontstaan? Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Wij kunnen namelijk in de (korte?) geschiedenis van de natuurgeneeskunde verschillende behoeften aanwijzen. Men behoeft niet over veel verbeeldingskracht te beschikken om daarvan meerdere citaten van Hippocrates terug te vinden: dat ziekten een natuurlijke oorsprong hebben en men deze dan ook in dat licht zien wil; dat men meerdere facetten van de 'geneeskunst' beheersen wil; dat men de invloed wil weten van het eten en drinken en andere gebeurtenissen in het leven van de mens op zijn ziek-zijn, het weten van de wisselwerking dezer dingen op elkaar, etc.; en uiteraard om de mens in moeilijkheden te helpen.
Wij kennen een medisch georiënteerde dieetleer, een medische psychologie, de medische biologie, de leer van het zielenleven die zijn vorm vindt in de psychoanalyse. Ook kennen wij het gebruik maken van gezondheidsstatistieken vanuit verschillende hoek - met het oog op prognose, etc. - en wij kennen deze ook weer in verschillende combinaties.
Daarnaast zijn er nog andere behoeften zichtbaar: men wil ook meer van de mens als sociologisch wezen te weten komen; men wil zo zeker mogelijke uitspraken doen; men wil structuren blootleggen; men wil verbanden leggen naar de dierenwereld; men wil misschien ook culturele verschillen begrijpen en deze met betrekking tot socio-pathogene concepties in medische theorieën begrijpelijk maken. Of, met andere woorden: er bestaat op het terrein van de (natuur)geneeskunde een veelvoud aan doelstellingen en er is daardoor van een duidelijke, door allen aanvaarde methode nog geen sprake. De discussie zal nog lang gevoerd moeten worden.

Voorlopige balans

Wij willen ons een eerste indruk vormen van de veranderde positie van het werk van de arts, die in gang gebracht is door veranderingen in de samenleving.
De oude samenleving waaruit wij voortkomen, kent een agrarisch cultuurpatroon en paternalistische verhoudingen. De nieuwe samenleving heeft echter een tendens tot aantasting van de oude structuren en is gericht op het functionele in de verhoudingen tussen mensen. In een stedelijke en functionele samenleving die geen standen kent, heeft het instituut van de geneeskunde moeite haar klassiek patriarchale structuur los te laten. Een gedeeltelijke uitweg is gevonden in de oprichting van een nieuwe medische discipline binnen de medische faculteiten: die van de huisartsgeneeskunde. Toch zijn de spanningen niet echt weggenomen, omdat de verplichte 'wetenschappelijke' bijscholingen door vele huisartsen als autoritair wordt ervaren.
Het cultuurverschil tussen de wetenschappers en de natuurartsen - die de grondbeginselen van Hippocrates nog wél serieus nemen - blijkt uit de verhevigde spanning tussen beide groepen. De laatste groep dreigt een speelbal te worden van de eerste.
De tweede belangrijke lijn, die van de medische historie, staat duidelijk onder spanning. Hier doet zich het probleem voor van de bureaucratisering en de vervreemding die dit met zich meebrengt. Het zijn de wrange vruchten van de ontwikkeling van de moderne technologische samenleving, die wellicht nog het meest gekenmerkt wordt door haar oppervlakkigheid en ondoorzichtigheid.
De medische wetenschap rekent zich onder de machthebbers, de patriarchen die de massa's binden aan de (sacrale) orde in allerlei voorschriften en nauwelijks nog te volgen medische formules; formules die binnen hun machtspatroon de gestalte van symbolen aannemen, welke als een soort afgod gezien kunnen worden. Zij kenmerkt zich door een 'verkooporiëntatie', dezelfde die wij op 't ogenblik in Amerika ook waarnemen op religieus gebied.
Ik moet in dit verband ook nog wijzen op de rol van de media, die hierop inspelen en de 'virussen van onechtheid' epidemisch verspreiden.

Rink Nauta

Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 29e jaargang, Nr. 173 , bladzijde ??