De arts in de oude en nieuwe samenleving

Het is mijn overtuiging dat zich in onze tijd geleidelijk een nieuwe visie op het arts-zijn zal ontwikkelen. Men kan zeggen, dat de arts in zijn functioneren in het snijpunt van drie lijnen staat,t.w.:
- De eerste lijn van de institutionele geneeskunde (daarmee is hij meer of minder nauw verbonden) met de werkgebieden waarin de geneeskunde beoefend wordt, waar onderzoek plaats vindt en de geneeskunde gedoceerd wordt.
- De tweede lijn van de beroepsgroep van de arts, waaronder hij zijn beroep uitoefent.
- De derde lijn van de medische achtergrond en de geschiedenis van de geneeskunde, waarop de arts zijn roeping baseert en waaraan hij zijn 'identiteit' ontleent.
Om deze drie lijnen en hun snijpunt ligt als het ware het grote gebied van de samenleving, waarmee zij alle drie op een eigen manier verweven zijn, met alle gevolgen. Wanneer de samenleving verandert, brengen deze veranderingen op alle drie genoemde lijnen een beweging op gang; het instituut geneeskunde gaat anders functioneren en in de 'roeping' ontdekken wij nieuwe aspecten.

De oude en nieuwe samenleving

Wij komen uit een samenleving, die door een aantal duidelijke eigenschappen gekenmerkt was. Deze samenleving was agrarisch, ambachtelijk, gesloten en statisch. Zij was een maatschappij van standen, waarin men door geboorte werd opgenomen en waar men slechts zelden kon uitbreken. Het vroegere dorp was in de wereld van het Westen van deze samenleving het duidelijkste voorbeeld.
Sporen van deze vroege samenleving zijn er in de westerse maatschappij nog veel te vinden; met name op het terrein van de kerk zijn zij nog zichtbaar. Het is echter duidelijk dat deze samenleving zelf, met het haar kenmerkende patriarchale cultuurpatroon, bezig is te verdwijnen. Vooral in Nederland - met zijn sinds de Tweede Wereldoorlog ver om zich heen grijpende proces van verstedelijking en industrialisering - kan de oude samenleving zich eigenlijk alleen nog proberen te handhaven in wat men het beste 'reservaten' kan noemen.

De nieuwe samenleving heeft ook een aantal duidelijke kenmerken. Zij is stedelijk (urbaan), functioneel, ondoorzichtig, open en dynamisch. Zij kent geen standen en haar duidelijkste verschijningsvorm is de wereldstad (metropolis). Deze stedelijke en functionele samenleving vertoont ook bepaalde tendenties. Er is in haar een ontwikkeling zichtbaar in de richting van het aantasten van de oude structuren: mensen willen vrij zijn en zelf over hun bestaan beslissen en juist op het terrein van het huwelijk is er al door velen met allerlei nieuwe mogelijkheden geëxperimenteerd.

Achtergronden geneeskunde

Medisch faculteiten zijn van hun eigen doelstelling vervreemd. De doelstelling van het wetenschappelijk onderwijs luidt, dat men opleidt voor beroepen, waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereist is. Wanneer wij daarvan uitgaan, mogen wij zeggen, dat het lange tijd goed gegaan is met het onderwijs aan de medische faculteiten van de universiteiten in Nederland.
De oudste universiteiten waren beroepsopleidingen, waar men artsen, juristen, enz. schoolde. Zij bezaten de structuur van de Middeleeuwse gildeopleidingen, waar men via een gezellenexamen en een proefstuk tot meester gepromoveerd werd, of eigenlijk nog beter: in de rijen van meesters werd opgenomen. Bij de artsenopleiding ziet men nog duidelijk dat in het contact met de daartoe aangewezen leermeester-artsen, de student via allerlei examens en proefstukken in de rijen der artsen wordt opgenomen. Toch krijgen wij in de medische opleiding met een problematiek te maken. Zoals gezegd was het oorspronkelijk zo, dat de student zich in zijn eigen studie - mede door het voorbeeld van zijn leermeesters - een eigen beroepshouding eigen maakte; hij werd al lerend arts.
De voortschrijdende specialisering van het onderzoek brengt mee, dat de student steeds minder het gevoel krijgt arts te worden en bij hem steeds meer de indruk gaat overheersen, dat hij een aantal specialismen moet beheersen en dus een soort 'monteur' van het menselijk lichaam worden moet (deze uitdrukking is van een medisch student!). Wij krijgen nu de situatie, dat er op basis van de medische opleiding de laatste tientallen jaren een aparte huisartsenopleiding gegeven wordt. De vraag rijst hierbij in hoeverre men bij de opleiding tot specialist nog van een artsenopleiding kan spreken.

In de bestaande medische faculteiten is sprake van het naast elkaar staan van twee verschillend gerichte leerprocessen, waarbij in het ene het hoofdaccent valt op het weten en bij het andere op het leren door te doen. Wanneer ik het goed zie, staan achter deze beide leerprocessen twee verschillende culturele patronen, twee geestelijke werelden, namelijk die van de traditionele paternalistische samenleving, waarin aan het weten een centrale betekenis werd toegekend, en die van de moderne vaderloze maatschappij.

De studie van de wijsbegeerte, welke vroeger in de medische studie altijd een grote rol gespeeld heeft, is meer dan alleen een verzamelen van wetenswaardigheden op dit vlak of een geschoold worden in logisch denken. Het wordt, als het goed is, een vragend doordringen tot de wezenlijke perspectieven van het menszijn: zij is dus persoonsvormend en inzichtgevend.
Plato heeft dit in zijn verhaal van de grot duidelijk in beeld gebracht: de mensen in de grot zijn in de duisternis, de anderen, die buiten zijn geweest, hebben het licht gezien en zijn 'verlicht', zij zijn in-ge-licht over de echte werkelijkheid, over de essentiële aspecten van het menszijn.

Men mag misschien zeggen, dat in het verleden de lijdende mens vaak een stuk angst bij zijn medemensen heeft opgewekt, waardoor men hem - in plaats van hem te verzorgen - liever uit de samenleving verwijderde. Kenners van het Oosten kunnen ons vertellen, hoe onverschillig vele oosterlingen vaak tegenover hun zieke medemensen staan; zij laten hen soms aan de kant van de weg sterven. De zorg voor de zieke, zoals wij deze kennen, blijkt bij nader toezien samen te hangen met bepaalde grondgedachten in onze cultuur, welke in andere culturen ontbreken of op een andere manier aanwezig zijn.
Laten wij een kleine blik slaan op een zogenaamde primitieve samenleving. De zieke wordt daar gezien als zijnde in de macht van 'boze' invloeden: zijn genezing - d.w.z. zijn weer terugbrengen binnen het normale leven van de stam - is een zaak van magie. Niet iedereen mag daarom met hem in aanraking komen; men is bang voor hem. Hij mag zelfs niet binnen de normale samenleving verblijven, maar moet 'buiten' in een apart huis wonen.
Dit beleven van de zieke als iemand, die er niet bij hoort en die negatieve gevoelens oproept, is ook in onze Westerse samenleving herkenbaar. Ik heb het als kind op de dorpen waar ik gewoond heb nog meegemaakt hoe geesteszieken - in het algemeen mensen met afwijkend gedrag - belachelijk werden gemaakt, en iemand voor 'gek' verklaren, die wij belachelijk willen maken, doen wij nog allemaal.
Dat de kerken zich het lot van de zieken aangetrokken hebben, is omdat men hen - evenals zwervers en bedelaars - als min of meer 'uitgestotenen' van de maatschappij beschouwde, die men als Christelijke kerk helpen moest. Wat de Christelijke barmhartigheid steeds betoogd heeft en wat ook de voortgaande humanisering van het maatschappelijk leven gewild heeft - het zien van de mens in elke zieke - is door de ontwikkeling van onze cultuur mogelijk geworden.

Het ziekenhuis

Het is belangrijk om in te zien, dat in genoemde houding tegenover de zieke het moderne ziekenhuis zijn oorsprong vindt. Dit is aanvankelijk geen 'inrichting voor onderzoek, behandeling en verpleging', zoals de moderne definitie luidt, maar een plaats, waar een van de werken der barmhartigheid kon worden verricht. Deze werken waren: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, doden begraven, reizigers herbergen, zieken troosten, gevangenen bevrijden, zelfs de ongeneeslijk zieke vindt hier zijn barmhartigheid.
Het ziekenhuis heeft deze ontwikkeling van ons cultuurpatroon meegemaakt, ja men kan misschien zeggen, dat men aan de ontwikkeling van het ziekenhuis in de loop der eeuwen de veranderingen in de houding tegenover de lijdende mens bijzonder goed aflezen kan. Het is de sociale wetgeving, welke de ziekenzorg niet meer als een gunst maar als een recht beschouwt, die de armenzorg heeft laten verdwijnen. Sindsdien loopt de ontwikkeling van het ziekenhuiswezen parallel met die van de medische wetenschap, welke zij zelfs op het ogenblik nauwelijks kan bijhouden.

Rink Nauta

wordt vervolgd.

Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 29e jaargang, Nr. 172 , bladzijde 11